Strafrecht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
ECLI:NL:PHR:2014:1964 · Parket bij de Hoge Raad · 9 september 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2014-1964
Zaakgegevens
Op 9 september 2014 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 september 2014
- Datum publicatie
- 11 november 2014
- Zaaknummer
- 13/04649
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2014:1964
Samenvatting
HR: 80a RO.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 20 september 2013
ECLI:NL:GHARL:2013:6936Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 september 2014deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2014:1964
Hoge Raad · 11 november 2014
ECLI:NL:HR:2014:3143Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 13/04649 Zitting: 9 september 2014 |
Mr. Knigge Conclusie inzake: [verdachte] |
1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
2. De bestreden uitspraak is het vervolg van HR 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV1800, waarin de Hoge Raad overwoog dat het oordeel van het Hof dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in cassatie niet is bestreden, zodat daarvan “in het vervolg” moet worden uitgegaan. Met dat “vervolg” doelde de Hoge Raad op de verdere beoordeling in cassatie, en niet op de procedure na verwijzing. Het middel, dat op een andere opvatting berust, faalt derhalve. Het voorgaande betekent dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.
3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk wordt verklaard.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG