Strafrecht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad, 28 oktober 2014
ECLI:NL:PHR:2014:2081 · Parket bij de Hoge Raad · 28 oktober 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2014-2081
Zaakgegevens
Op 28 oktober 2014 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 oktober 2014
- Datum publicatie
- 18 november 2014
- Zaaknummer
- 13/04606
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2014:2081
Samenvatting
HR: art. 80a RO.
Procesgang
Uitspraak · 2013
ECLI:NL:GHSHE:2013:4355Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 28 oktober 2014deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2014:2081
Hoge Raad · 18 november 2014
ECLI:NL:HR:2014:3305Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Conclusie
Nr. 13/04606
Mr. Aben
Zitting 28 oktober 2014
Standpunt c.q. conclusie inzake:
[verdachte]
Bestreden arrest:
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch d.d. 29 augustus 2013
Het middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaarde poging doodslag.
Anders dan het middel aanvoert vermag ik niet in te zien dat ’s hofs oordeel dat de verdachte vanaf een zeer geringe afstand met kracht een stekende beweging in de richting van de buik van het slachtoffer heeft gemaakt niet te rijmen zou zijn met de verklaring van het slachtoffer dat hij en de verdachte bij de eerste stekende beweging op een meter afstand van elkaar hebben gestaan.
Het hof heeft voorts geoordeeld dat door met kracht in de richting van de buik met een mes te steken, naar algemene ervaringsregels de kans aanmerkelijk is dat een persoon levensbedreigend gewond raakt en komt te overlijden nu zich in de buik zeer kwetsbare en vitale delen van het lichaam bevinden. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is geenszins onbegrijpelijk. Daaraan doet niet af dat de verdachte heeft verklaard dat het mes als een klein mes is te beschouwen. Opmerking verdient dat het lemmet van het door de verdachte gebruikte knipmes, blijkens een van de als bewijsmiddel 15 tot het bewijs gebezigde foto’s, ruim 6 cm bedroeg.
De klachten kunnen worden afgedaan op de voet van artikel 80a RO.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,
n.d.