Strafrecht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad, 7 oktober 2014
ECLI:NL:PHR:2014:2225 · Parket bij de Hoge Raad · 7 oktober 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2014-2225
Zaakgegevens
Op 7 oktober 2014 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 oktober 2014
- Datum publicatie
- 2 december 2014
- Zaaknummer
- 13/05973
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2014:2225
Samenvatting
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 oktober 2014deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2014:2225
Hoge Raad · 2 december 2014
ECLI:NL:HR:2014:3487Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
Nr. 13/05973
Mr. Machielse
Zitting 7 oktober 2014
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het Gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 8 november 2013 voor: opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast, veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken.
2. Verdachte heeft cassatie doen instellen en mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, heeft een schriftuur ingezonden, houdende een middel van cassatie.
3.1. Het middel klaagt dat het bewijs van het opzet tekortschiet.
3.2. Het hof heeft ten laste van verdachte bewezenverklaard
"dat hij op 13 mei 2012 te 13:25 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9A van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, door de burgemeester van Amsterdam gegeven bevel, inhoudende – zakelijk weergegeven – om zich uit het dealeroverlastgebied 1.1 Amsterdam, te verwijderen en zich daar gedurende drie maanden niet meer te bevinden."
3.3. Het proces-verbaal van de zitting van de enkelvoudige kamer van het hof van 8 november 2013 houdt onder meer het volgende in:
“De voorzitter deelt mondeling mede de korte inhoud van de stukken van het dossier in deze strafzaak, waaronder:
1. Een de verdachte betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 31 oktober 2013.
2. Een ambtsedig proces-verbaal van de Politie Amsterdam-Amstelland nr 2012127106-2, op 13 mei 2012 in de wettelijke vorm opgemaakt en ondertekend door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] (doorgenummerde pag. 1-2). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van verbalisant:
Op 13 mei 2012 te 13.25 uur heb ik verdachte [verdachte] aangehouden op de Oudezijds Achterburgwal te Amsterdam. Die weg ligt in het dealersoverlastgebied, waar verdachte zich niet mag bevinden.
3. Een geschrift, te weten een kopie van een dealersverblijfsverbod met nummer 2012/1380 van 13 maart 2012, ondertekend door de Burgemeester van Amsterdam (doorgenummerde pag. 12-15).
Dit geschrift houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - :
Gelet op artikel 2.9A van de Algemene Plaatselijke Verordening dient Assen zich uit het dealersoverlastgebied DOG 1.1 te verwijderen en mag hij zich met ingang van 17 maart 2012 00.01 uur gedurende drie maanden (tot en met 16 juni 2012 23.59 uur) niet in dit gebied ophouden.
4. Een proces-verbaal van verhoor verdachte, nr. 2012127106-4 op 13 mei 2012 in de wettelijke vorm opgemaakt en ondertekend door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] (doorgenummerde pag. 4 - 5). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant en verklaring van verdachte:
V: U bent op 9 mei 2012 ook al aangehouden voor dit verbod, kunt u dat uitleggen?
A: Ja, ik ben toen ook aangehouden.”
3.4. Volgens de steller van het middel volgt uit de onder 4 opgenomen verklaring van verdachte dat hij vier dagen eerder, op 9 mei 2012, ook is aangehouden niet dat verdachte op de hoogte was van de duur van het verbod.
3.5. Het hof heeft klaarblijkelijk het antwoord van verdachte gewaardeerd tegen de achtergrond van de vraag, die verwees naar "dit verbod", waarmee bezwaarlijk een ander verbod kan zijn bedoeld dan het dealersverblijfsverbod zoals omschreven in bewijsmiddel 3. Het hof heeft uit dit antwoord opgemaakt dat verdachte sinds 9 mei 2012 op de hoogte was van "dit verbod" en dus ook van de duur daarvan. Die uitleg acht ik niet onbegrijpelijk.
Het middel faalt.
4. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging aanleiding behoort te geven. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden