Strafrecht overig

Slagende bewijsklacht schuldheling kentekenplaat. I.h.b. het bewezenverklaarde “redelijkerwijs had moeten…

Zaakgegevens

Op 7 oktober 2014 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
7 oktober 2014
Datum publicatie
2 december 2014
Zaaknummer
13/03894
ECLI
ECLI:NL:PHR:2014:2230
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Slagende bewijsklacht schuldheling kentekenplaat. I.h.b. het bewezenverklaarde “redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof” kan niet zonder meer uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen worden afgeleid.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 7 oktober 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2014:2230

  2. Hoge Raad · 2 december 2014

    ECLI:NL:HR:2014:3494

    Conclusie gevolgd

Conclusie

Nr. 13/03894

Zitting: 7 oktober 2014

Mr. T.N.B.M. Spronken

Conclusie inzake:

[verdachte]

  1. Verdachte is bij arrest van 23 juli 2013 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem, wegens 1. schuldheling van een kentekenplaat en 2. Diefstal van benzine veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van zestig uren te vervangen door dertig dagen hechtenis. Tevens heeft het hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 29,29 in combinatie met de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr te vervangen door een dag hechtenis.

  2. Mr. M.G. Vos, advocaat te Utrecht, heeft namens verdachte een middel van cassatie voorgesteld.

  3. Het middel klaagt dat de bewijsconstructie van de onder 1 bewezen verklaarde schuldheling van de kentekenplaat ontoereikend is nu daaruit niet volgt dat de verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

  4. Uit de door het hof voor het bewijs gebruikte bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte op 24 november 2012 benzine heeft getankt voor een door hem bestuurde bromfiets waarop een achterkentekenplaat was aangebracht die was afgegeven aan [betrokkene 1] en sinds enkele dagen daarvóór, op 21 of 22 november 2012, niet meer op haar bromfiets zat.

  5. Uit de bewijsmiddelen kan niet worden afgeleid op grond van welke feiten of omstandigheden verdachte redelijkerwijs zou hebben moeten vermoeden dat het kenteken op de door hem bereden brommer gestolen was of anderszins van misdrijf afkomstig was.

  6. De bewezenverklaring is daarom ontoereikend gemotiveerd.

  7. Het middel slaagt.

  8. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.

  9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover het de beslissing over de feiten 1 en de strafoplegging betreft, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG