Strafrecht overig
Antilliaanse zaak. Art. VI.5 Procesreglement Strafkamer Hoge Raad 2013. Verzuim van de raadsman om na…
ECLI:NL:PHR:2014:2331 · Parket bij de Hoge Raad · 7 oktober 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2014-2331
Zaakgegevens
Op 7 oktober 2014 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 oktober 2014
- Datum publicatie
- 19 december 2014
- Zaaknummer
- 14/00310
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2014:2331
Samenvatting
Antilliaanse zaak. Art. VI.5 Procesreglement Strafkamer Hoge Raad 2013. Verzuim van de raadsman om na verzending van de cassatieschriftuur per fax niet het originele exemplaar van de schriftuur na te zenden.
Bij brief is de raadsman in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen doch daarvan is geen gebruik gemaakt. Ook overigens is niet kunnen worden vastgesteld dat de handtekening op de faxschriftuur overeenstemt met de (originele) handtekening van de raadsman. De HR verklaart verdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 oktober 2014deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2014:2331
Hoge Raad · 16 december 2014
ECLI:NL:HR:2014:3686Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 14/00310 A Zitting: 7 oktober 2014 |
Mr. T.N.B.M. Spronken Conclusie inzake: [verdachte] |
-
De verdachte is bij vonnis van 8 juli 2013 door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, wegens 1. “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid onder A, van de Landsverordening verdovende middelen, strafbaar gesteld bij artikel 11 van die Landsverordening juncto artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht” en 2. “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 4, eerste lid onder A, van de Landsverordening verdovende middelen, strafbaar gesteld bij artikel 11 van die Landsverordening juncto artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. Daarnaast zijn beslissingen genomen omtrent de inbeslaggenomen voorwerpen als nader in het vonnis vermeld.
-
Ontvankelijkheid van het beroep.
-
In de onderhavige zaak heeft mr. D.G. Illes, advocaat te Aruba, op 8 mei 2014 namens de verdachte per fax een cassatieschriftuur ingediend. Gelet op het vijfde lid van art. VI van het Procesreglement van de Strafkamer van de Hoge Raad dient een verzending van een schriftuur per fax te worden gevolgd door inlevering of verzending van een origineel exemplaar van de schriftuur. Nu een origineel exemplaar van de schriftuur niet bij de Hoge Raad is binnengekomen – ook niet na de verzending aan de raadsman van een faxbericht en een brief waarin deze de gelegenheid wordt geboden binnen veertien dagen na 18 september 2014 alsnog aan de verplichting tot verzending of inlevering van een originele schruftuur te voldoen -, kan de verdachte mijns inziens niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
-
Ten overvloede merk ik op dat wanneer de Hoge Raad wel een origineel exemplaar van de schriftuur had ontvangen, de verdachte evenmin in zijn cassatieberoep ontvangen had kunnen worden, nu de in het faxexemplaar van de schriftuur geformuleerde middelen evident ongegrond zijn.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG