Strafrecht overig

Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 4 februari 2014 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
4 februari 2014
Datum publicatie
1 april 2014
Zaaknummer
13/01761
ECLI
ECLI:NL:PHR:2014:234
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR: art. 80a RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 18 maart 2013

    ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ9500
  2. Conclusie A-G · 4 februari 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2014:234

  3. Hoge Raad · 1 april 2014

    ECLI:NL:HR:2014:774

    Conclusie gevolgd · Niet ontvankelijk

Conclusie

Nr. 13/01761

Zitting: 4 februari 2014

Mr. Knigge

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een arrest van het Gerechtshof Den Haag.

2. Het eerste middel faalt omdat het berust op de onjuiste rechtsopvatting dat de Salduz-jurisprudentie ook van toepassing is ten aanzien van verdachten die niet zijn aangehouden (zie o.m. HR 7 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU6908). Het tweede middel faalt omdat het verzoek om de bedoelde deskundige te horen eerst bij pleidooi is gedaan (HR 4 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO6130). Het derde middel, dat klaagt dat het Hof “niets” heeft opgemerkt met betrekking tot de betrouwbaarheid van de enkelvoudige fotoconfrontaties, faalt bij gebrek aan feitelijke grondslag. De middelen kunnen derhalve klaarblijkelijk niet tot cassatie leiden.

3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk wordt verklaard.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,

AG

De onderhavige zaak hangt samen met zaak nr. 13/01762, waarin ik vandaag eveneens concludeer.