Strafrecht overig
Verdachte n-o in het cassatieberoep, nu niet tijdig door een raadsman een schriftuur houdende middelen van…
ECLI:NL:PHR:2014:2448 · Parket bij de Hoge Raad · 4 november 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2014-2448
Zaakgegevens
Op 4 november 2014 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 november 2014
- Datum publicatie
- 6 januari 2015
- Zaaknummer
- 13/00303
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2014:2448
Samenvatting
Verdachte n-o in het cassatieberoep, nu niet tijdig door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 26 november 2012
ECLI:NL:GHSHE:2012:BY4113Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 november 2014deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2014:2448
Hoge Raad · 6 januari 2015
ECLI:NL:HR:2015:5Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 13/00303 Zitting: 4 november 2014 |
Mr. Vellinga Conclusie inzake: [verdachte] |
1. Namens verdachte is beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch d.d. 26 november 2012.
2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 13/00291, 13/00300 en 13/00303. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.
3. De verdachte heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Namens hem zijn geen middelen van cassatie ingediend.
4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient verdachte niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG