Strafrecht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
ECLI:NL:PHR:2014:2452 · Parket bij de Hoge Raad · 2 december 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2014-2452
Zaakgegevens
Op 2 december 2014 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 december 2014
- Datum publicatie
- 6 januari 2015
- Zaaknummer
- 14/00796
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2014:2452
Samenvatting
HR: art. 80a RO.
Procesgang
Uitspraak · 2013
ECLI:NL:GHAMS:2013:4968Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 2 december 2014deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2014:2452
Hoge Raad · 6 januari 2015
ECLI:NL:HR:2015:9Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 14/00796 Zitting: 2 december 2014 |
Mr. Spronken Standpunt/conclusie inzake: [verdachte] |
-
Het cassatieberoep richt zich tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 5 december 2013, waarbij een ten laste van verdachte gewezen vonnis van de rechtbank Amsterdam is bevestigd.
-
Het eerste middel bedoelt kennelijk te klagen over het door het hof bevestigde oordeel van de rechtbank dat het feit dat verdachte voorafgaand aan zijn politieverhoor niet een raadsman heeft kunnen consulteren niet leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie. Deze klacht is gestoeld de opvatting dat niet-ontvankelijkverklaring van het OM de enig passende sanctie is op deze schending van art. 6 EVRM. Het middel gaat hiermee uit van een onjuiste rechtsopvatting en is evident kansloos.
-
De kennelijk als tweede middel voorgestelde klacht klaagt over het oordeel van het hof dat ook de overtuiging van de verdediging dat sprake is van een doelbewuste poging de rechtbank te misleiden door onjuiste informatie te vermelden in een proces-verbaal niet leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het OM. Het middel voert daartoe aan dat het hof ten minste had moeten benadrukken dat een eerlijk proces is gediend met ambtsedige processen-verbaal waaraan geen enkele smet kleeft. Het middel stelt hiermee een eis die het recht niet kent. Het feitelijke oordeel van het hof dat uit de stukken in het dossier niet is gebleken van doelbewuste misleiding is allerminst onbegrijpelijk en leent zich niet voor een verdere toets in cassatie. Ook dit middel is evident kansloos.
-
Het standpunt is dat verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep op de voet van artikel 80a RO omdat de middelen klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG