Strafrecht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
ECLI:NL:PHR:2014:26 · Parket bij de Hoge Raad · 7 januari 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2014-26
Zaakgegevens
Op 7 januari 2014 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 januari 2014
- Datum publicatie
- 28 januari 2014
- Zaaknummer
- 13/00663
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2014:26
Samenvatting
HR: art. 80a RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 januari 2014deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2014:26
Hoge Raad · 28 januari 2014
ECLI:NL:HR:2014:183Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
Nr. 13/00663
Mr. Machielse
Zitting 7 januari 2014
Conclusie inzake:
[verdachte]
Het Gerechtshof Arnhem heeft verdachte veroordeeld voor het medeplegen van verduistering, meermalen gepleegd.
Mr. W. Römelingh, advocaat te 's-Gravenhage, klaagt over de beide bewezenverklaringen. Het bewijs van het opzet zou ontoereikend zijn omdat verdachte telkens kopieën heeft laten maken van zijn rijbewijs, waaruit is af te leiden dat verdachte erop vertrouwde dat de auto's uiteindelijk weer naar de rechthebbenden zouden terugkeren.
Het hof heeft overwogen dat verdachte de auto's telkens heeft meegekregen voor een proefrit maar dat verdachte de auto telkens heeft afgegeven aan [betrokkene], waarna deze spoorloos verdwenen. Volgens verdachte was [betrokkene] van plan de digitale identiteit van de meegekregen auto's over te zetten op andere, reeds in Hertogs bezit zijnde auto's. Verdachte heeft zich volgens het hof willens en wetens aan de aanmerkelijke kans blootgesteld dat [betrokkene] de auto's niet zou terugbrengen. Verdachte heeft gehandeld op het verzoek van [betrokkene] om auto's mee te nemen en verdachte was op de hoogte van de onbetrouwbaarheid en criminele achtergrond van [betrokkene].
Reeds het feit dat verdachte ervan op de hoogte was dat [betrokkene] de digitale identiteit van de auto's zou stelen, is voldoende om aan te nemen dat verdachte als heer en meester heeft beschikt over de auto's en daarmee zich deze auto's heeft toegeëigend.
Het middel heeft evident geen kans van slagen.
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep op de voet van artikel 80a RO.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden