Strafrecht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
ECLI:NL:PHR:2014:270 · Parket bij de Hoge Raad · 18 februari 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2014-270
Zaakgegevens
Op 18 februari 2014 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 februari 2014
- Datum publicatie
- 15 april 2014
- Zaaknummer
- 12/04453
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2014:270
Samenvatting
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 februari 2014deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2014:270
Hoge Raad · 15 april 2014
ECLI:NL:HR:2014:907Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 12/04453 Zitting: 18 februari 2014 |
Mr. Hofstee Aanvullende conclusie inzake: [verzoeker=verdachte] |
1. De schriftuur in deze zaak bevat één middel, bestaande uit twee klachten. In mijn conclusie van 3 december 2013 heb ik hiervan enkel de eerste klacht besproken. Ik kwam tot de slotsom dat de klacht terecht is voorgesteld en concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest, voor zover inhoudende de beslissingen over feit 2 en de strafoplegging, en tot terugwijzing in zoverre van de zaak naar het Hof. In het arrest van 21 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:127 heeft Uw Raad echter geoordeeld dat het middel met betrekking tot de eerste klacht faalt. Uw Raad stelt mij in de gelegenheid mij thans uit te laten over de tweede voorgestelde klacht.
2. De tweede klacht keert zich tegen 's Hofs beslissing tot verbeurdverklaring van het onder verzoeker in beslag genomen geldbedrag van € 14.500,-. Dit oordeel is volgens de steller van het middel onbegrijpelijk en/of ontoereikend gemotiveerd.
3. Het Hof heeft ten aanzien van de verbeurdverklaring het volgende overwogen:
“Beslag
Een gedeelte van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven geldbedrag zoals dit vermeld is onder 3 op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van in beslag genomen voorwerpen, te weten EUR 14.500,00, volgens opgave van verdachte aan hemzelf toebehorend, is vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het een voorwerp is met behulp waarvan het onder 2 bewezen verklaarde is begaan. Het hof zal daarom dit voorwerp verbeurd verklaren.”
4. In aanmerking genomen dat verzoeker onder meer is veroordeeld wegens het onder 2 bewezenverklaarde witwassen, is het oordeel van het Hof dat het onder verzoeker in beslag genomen geld vatbaar is voor verbeurdverklaring omdat dit een voorwerp is met behulp waarvan dat strafbare feit is begaan, niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Dat het Hof de teruggave aan verzoeker van een bedrag van € 489,40 - niet zijnde coupures van € 500,- - heeft gelast maakt dit niet anders, nu uit de overwegingen van het Hof kan worden afgeleid dat het Hof de verklaring van verzoeker dat het om spaargeld ging voor dit deel van het aangetroffen geldbedrag kennelijk wel aannemelijk heeft geacht.
5. De klacht faalt en kan worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.
6. Gronden waarop Uw Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
7. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG