Strafrecht overig
Art. 437.2 Sv. Verdachte wordt n-o verklaard, nu geen schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend.
ECLI:NL:PHR:2014:271 · Parket bij de Hoge Raad · 18 februari 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2014-271
Zaakgegevens
Op 18 februari 2014 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 februari 2014
- Datum publicatie
- 15 april 2014
- Zaaknummer
- 12/05484
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2014:271
Samenvatting
Art. 437.2 Sv. Verdachte wordt n-o verklaard, nu geen schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 februari 2014deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2014:271
Hoge Raad · 15 april 2014
ECLI:NL:HR:2014:909Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
Nr. 12/05484
Mr. Harteveld
Zitting 18 februari 2014
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. De verdachte is door het Gerechtshof te ’s-Gravenhage bij arrest van 23 november 2012 wegens “openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen” veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 150 uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 75 dagen hechtenis, alsmede een gevangenisstraf voor de duur van twee weken, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en onder bijzondere voorwaarden. Voorts heeft het Hof op de vorderingen van twee benadeelde partijen en op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, een en ander zoals in het arrest vermeld.
2. Namens verdachte is beroep in cassatie ingesteld.
3. De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 10 juli 2013 rechtsgeldig in persoon aan verdachte op zijn detentieadres betekend. Mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, heeft zich als verdachtes raadsman in cassatie gesteld en is tijdig van die betekening in kennis gesteld. Bij schrijven van 6 september 2013 heeft de raadsman bericht dat hij in deze zaak geen cassatieschriftuur zal indienen. Binnen de door het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn is ook niet door een andere advocaat een schriftuur met middelen ingediend. Verdachte kan derhalve niet in het cassatieberoep worden ontvangen.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG