Strafrecht overig

Verdachte n-o in cassatieberoep, nu niet tijdig door een raadsman een schriftuur houdende middelen van…

Zaakgegevens

Op 2 december 2014 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
2 december 2014
Datum publicatie
22 januari 2015
Zaaknummer
13/04457
ECLI
ECLI:NL:PHR:2014:2751
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Verdachte n-o in cassatieberoep, nu niet tijdig door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 2 december 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2014:2751

  2. Hoge Raad · 3 februari 2015

    ECLI:NL:HR:2015:195

    Conclusie gevolgd

Conclusie

Nr. 13/04457

Zitting: 2 december 2014

Mr. Knigge

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

2. Tegen deze uitspraak is namens verdachte cassatieberoep ingesteld.

3. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is blijkens de akte van uitreiking op 12 augustus 2014 aan de verdachte in persoon betekend. Aan de raadsman van verdachte is op 18 augustus 2014 een mededeling van die betekening verzonden. Namens verdachte zijn geen middelen van cassatie voorgesteld.

4. Ingevolge art. 437 lid 2 Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient verzoeker niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard.

5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,

AG

Deze zaak hangt samen met een zaak tegen verdachte [medeverdachte 1] (14/03259) en de zaak tegen verdachte [medeverdachte 2] (13/03398), in welke zaken ik vandaag eveneens concludeer.