Strafrecht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
ECLI:NL:PHR:2014:415 · Parket bij de Hoge Raad · 15 april 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2014-415
Zaakgegevens
Op 15 april 2014 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 april 2014
- Datum publicatie
- 20 mei 2014
- Zaaknummer
- 13/03569
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2014:415
Samenvatting
HR: art. 80a RO.
Procesgang
Uitspraak · 2013
ECLI:NL:GHDHA:2013:2119Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 15 april 2014deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2014:415
Hoge Raad · 20 mei 2014
ECLI:NL:HR:2014:1177Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 13/03569 Zitting: 15 april 2014 |
Mr. Hofstee Conclusie inzake: [verdachte] |
1. Het cassatieberoep richt zich tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Den Haag van 27 juni 2013. Namens verzoeker is tijdig een schriftuur houdende een middel van cassatie ingezonden.
2. Het middel klaagt over de verwerping van het verweer dat aannemelijk is dat een zekere ‘[betrokkene]’ (althans een ander dan verzoeker) de schutter was die het slachtoffer om het leven heeft gebracht. ’s Hofs verwerping van het in het middel bedoelde verweer is geenszins onbegrijpelijk en behoefde in het licht van het door de verdediging aangevoerde geen nadere motivering. Dat brengt mee dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.
3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG