Strafrecht overig

Verdachte n-o in cassatieberoep, nu niet tijdig door een raadsman een schriftuur houdende middelen van…

Zaakgegevens

Op 3 juni 2014 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
3 juni 2014
Datum publicatie
1 juli 2014
Zaaknummer
13/03445
ECLI
ECLI:NL:PHR:2014:638
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Verdachte n-o in cassatieberoep, nu niet tijdig door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 3 juni 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2014:638

  2. Hoge Raad · 1 juli 2014

    ECLI:NL:HR:2014:1577

    Conclusie gevolgd

Conclusie

Nr. 13/03445

Zitting: 3 juni 2014

Mr. Knigge

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het Gerechtshof Arnhem – Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft bij arrest van 27 juni 2013 verdachte wegens 1 primair “diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen” en wegens 2 primair “afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en door twee of meer verenigde personen” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en verdachte, ten behoeve van de benadeelde partij, een betalingsverplichting jegens de Staat opgelegd.

2. Tegen deze uitspraak is namens verdachte cassatieberoep ingesteld.

3. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is blijkens de akte van uitreiking op 30 december 2013 aan de verdachte in persoon betekend. Aan de raadsman van verdachte is op 3 januari 2014 een mededeling van die betekening verzonden. Namens verdachte zijn geen middelen van cassatie voorgesteld.

4. Ingevolge art. 437 lid 2 Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend dient verzoeker niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard.

5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,

AG

Deze zaak hangt samen met de zaak 13/06187, waarin ik vandaag eveneens concludeer.