Strafrecht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
ECLI:NL:PHR:2014:656 · Parket bij de Hoge Raad · 10 juni 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2014-656
Zaakgegevens
Op 10 juni 2014 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 juni 2014
- Datum publicatie
- 2 juli 2014
- Zaaknummer
- 13/04780
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2014:656
Samenvatting
HR: art. 80a RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 juni 2014deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2014:656
Hoge Raad · 1 juli 2014
ECLI:NL:HR:2014:1594Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
Nr. 13/04780
Mr. Vegter
Zitting 10 juni 2014
Standpunt/conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het cassatieberoep richt zich tegen een beslissing van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 17 december 2012. Er is tijdig een schriftuur ingekomen.
2. Het eerste middel klaagt kennelijk over de motivering van de verwerping van een beroep op noodweer. De weerlegging van het verweer berust op puur feitelijke grond en is niet onbegrijpelijk. Dat thans in cassatie nog wordt betoogd dat het Hof nader onderzoek had kunnen doen naar de aard van de verwondingen van verdachte doet daar niet aan af. Het tweede middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring van poging tot doodslag. Er zou niet vaststaan in welke richting en welke kracht is gestoken zodat het Hof niet kon concluderen dat er een aanmerkelijke kans was op de dood door verwonding met het mes. Ik volsta met een citaat uit bewijsmiddel 4: “[verdachte] (verdachte; PV) werd boos en wierp zich met een stekende beweging met een mes op [slachtoffer] (het slachtoffer; PV).” Deze middelen zijn kansloos en bij die stand van zaken heeft verdachte geen belang bij het derde middel dat klaagt over schending van de redelijk termijn in cassatie.
3. Het standpunt is dat verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het beroep in cassatie nu het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG