Strafrecht overig
Geen beslissing t.a.v. beslag, art. 353 Sv. HR: art. 80a RO. De Hoge Raad is van oordeel dat deze klacht geen…
ECLI:NL:PHR:2014:700 · Parket bij de Hoge Raad · 10 juni 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2014-700
Zaakgegevens
Op 10 juni 2014 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 juni 2014
- Datum publicatie
- 8 juli 2014
- Zaaknummer
- 13/02132
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2014:700
Samenvatting
Geen beslissing t.a.v. beslag, art. 353 Sv. HR: art. 80a RO.
De Hoge Raad is van oordeel dat deze klacht geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat verdachte klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep, aangezien hij binnen de in art. 552a.3 Sv gestelde termijn van drie maanden na de dag waarop de vervolgde zaak tot een einde is gekomen, zich op de voet van art. 552a.1 Sv schriftelijk kan beklagen bij het Hof over het uitblijven van een last tot teruggave van de desbetreffende voorwerpen (vgl. ECLI:NL:HR:2012:BX0146, rov. 2.2.3, m.b.t. een verzuim als het onderhavige). Conclusie AG: anders.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 juni 2014deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2014:700
Hoge Raad · 8 juli 2014
ECLI:NL:HR:2014:1610Conclusie contrairGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 13/02132 Zitting: 10 juni 2014 |
Mr. Vegter Conclusie inzake: [verdachte] |
1. Na verwijzing van de zaak door de Hoge Raad bij arrest van 8 februari 2011 heeft het Gerechtshof ’s-Gravenhage op 15 maart 2013 de verdachte vrijgesproken van het onder 1 en 3 tenlastegelegde en hem ter zake van feit 4 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 16 maanden, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr.
2. Namens verdachte heeft mr. E.P.N. Pieterse, advocaat te Rotterdam beroep in cassatie ingesteld en heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte geen beslissing heeft genomen ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen, zodat het arrest, althans de strafoplegging, onvoldoende met redenen is omkleed.
4. Bij arrest van 18 juli 2008 heeft het Hof de verdachte ten aanzien van het onder 1 tweede/cumulatief/alternatief, 3 en 4 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaren, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr, en heeft het de teruggave gelast van de inbeslaggenomen voorwerpen zoals deze zijn vermeld op de aan het arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen. De Hoge Raad heeft dat arrest vernietigd wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 1 en 3 tenlastegelegde en de strafoplegging en heeft de zaak teruggewezen. Eerdere beslissingen aangaande het beslag vallen onder de strafoplegging. Een beslissing tot teruggave van een beslag wordt derhalve vernietigd indien de Hoge Raad de strafoplegging vernietigt (vgl. HR 25 september 2012, ECLI:NL:HR:2012: BX4994). De steller van het middel wijst er terecht op dat het Hof ten onrechte niet opnieuw heeft beslist over de in beslag genomen voorwerpen maar dat hoeft niet tot cassatie te leiden omdat de Hoge Raad zelf alsnog de teruggave van deze voorwerpen kan gelasten.
5. Het middel is terecht voorgesteld. De Hoge Raad kan om doelmatigheidsredenen de zaak zelf afdoen. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak maar uitsluitend voor zover daarin niet een beslissing is opgenomen ten aanzien van de inbeslaggenomen nog niet teruggegeven voorwerpen, tot een beslissing tot teruggave van alle voorwerpen zoals deze zijn vermeld op de aan het arrest van het Hof van 18 juli 2008 gehechte lijst en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG