Strafrecht overig
Falende bewijsklacht. Kennelijk als gevolg van een misslag is een gedeelte van het - tot bewijs gebezigde…
ECLI:NL:PHR:2014:90 · Parket bij de Hoge Raad · 7 januari 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2014-90
Zaakgegevens
Op 7 januari 2014 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 januari 2014
- Datum publicatie
- 4 maart 2014
- Zaaknummer
- 13/02029
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2014:90
Samenvatting
Falende bewijsklacht. Kennelijk als gevolg van een misslag is een gedeelte van het - tot bewijs gebezigde - relaas van een verbalisant niet weergegeven in ’s Hofs arrest. De HR leest het arrest met herstel van die misslag. In die - verbeterde - lezing van de bestreden uitspraak kan uit de gebezigde bewijsmiddelen worden afgeleid dat het verdachte is geweest die de in de bewezenverklaring genoemde personenauto bestuurde.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 januari 2014deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2014:90
Hoge Raad · 4 maart 2014
ECLI:NL:HR:2014:471
Conclusie
Nr. 13/02029
Mr. Machielse
Zitting 7 januari 2014
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. De enkelvoudige kamer van het Gerechtshof Arnhem heeft verdachte op 18 december 2012 voor het rijden in een onverzekerde auto een geldboete opgelegd.
2. Mr. T.P. Schut, advocaat te Amsterdam, klaagt onder meer over het bewijs dat verdachte zou hebben gereden. Verdachte heeft ter terechtzitting van het hof gezegd dat hij slechts de bijrijder is geweest en niet zelf heeft gereden.
3. Bewijsmiddel 1 houdt slechts in dat verbalisant zag dat een persoon heeft gereden als bestuurder en dat het voertuig op naam van verdachte staat.
Mijns inziens schiet de bewijsconstructie inderdaad tekort.
4. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden