Strafrecht overig
Verdachte n-o in cassatieberoep, nu niet tijdig door een raadsman een schriftuur houdende middelen van…
ECLI:NL:PHR:2015:1370 · Parket bij de Hoge Raad · 2 juni 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2015-1370
Zaakgegevens
Op 2 juni 2015 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 juni 2015
- Datum publicatie
- 27 juli 2015
- Zaaknummer
- 14/03173
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2015:1370
Samenvatting
Verdachte n-o in cassatieberoep, nu niet tijdig door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 2 juni 2015deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2015:1370
Hoge Raad · 8 september 2015
ECLI:NL:HR:2015:2466Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 14/03173 Zitting: 2 juni 2015 |
Mr. T.N.B.M. Spronken Conclusie inzake: [verdachte] |
-
Verdachte is bij arrest van 20 december 2013 door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, wegens verschillende levensdelicten, verboden wapenbezit en het deelnemen aan een criminele organisatie, veroordeeld tot een gevangenisstraf van 29 jaren en 9 maanden.
-
Er bestaat samenhang tussen de zaken 14/01796, 14/03171 en 14/03174. In deze zaken zal ik vandaag eveneens concluderen.
-
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld op 30 december 2013.
-
Op 16 juli 2014 is de aanzegging aan de verdachte in persoon uitgereikt, waarbij hem een termijn van zestig dagen is gesteld voor het doen indienen van de cassatieschriftuur. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet in acht genomen, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
-
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG