Strafrecht overig
Profijtontneming. Kennelijke misslag Hof bij berekening w.v.v. waardoor bedrag te hoog is vastgesteld. HR…
ECLI:NL:PHR:2015:1491 · Parket bij de Hoge Raad · 9 juni 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2015-1491
Zaakgegevens
Op 9 juni 2015 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 juni 2015
- Datum publicatie
- 20 augustus 2015
- Zaaknummer
- 14/00665
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2015:1491
Samenvatting
Profijtontneming. Kennelijke misslag Hof bij berekening w.v.v. waardoor bedrag te hoog is vastgesteld. HR verbetert de schatting van het totale bedrag en de daaruit voor de betrokkene voortvloeiende betalingsverplichting. HR merkt nog op dat een kennelijke misslag als i.c. zich bij uitstek voor herstel door het Hof zelf leent, nu het immers om een onmiddellijk kenbare fout gaat die zich voor eenvoudig herstel leent door de rechter(s) die op de zaak heeft/hebben gezeten overeenkomstig hetgeen de HR heeft beslist in zijn arresten ECLI:NL:HR:2010:BJ7243, NJ 2012/48 en ECLI:NL:HR:2012:BW1478, NJ 2012/490). Deze wijze van herstel verdient de voorkeur, omdat daardoor ondubbelzinnig - en op kortere termijn - duidelijkheid komt te bestaan omtrent de voor tenuitvoerlegging vatbare beslissing.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 juni 2015deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2015:1491
Hoge Raad · 15 september 2015
ECLI:NL:HR:2015:2634Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 14/00665 P Zitting: 9 juni 2015 |
Mr. Hofstee Conclusie inzake: [betrokkene] |
1. Het Gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 22 januari 2014 het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 901.995,29 en, na aftrek van € 15.000,00 wegens overschrijding van de redelijke termijn, aan de betrokkene ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van afgerond € 886.900,00.
2. Namens de betrokkene heeft mr. F.P. Slewe, advocaat te Amsterdam, een middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt dat het Hof het wederrechtelijk verkregen voordeel, en daarmee de opgelegde betalingsverplichting, door een optelfout heeft vastgesteld op een te hoog bedrag.
4. De bestreden uitspraak houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, in:
“
|
Andere uitgaven |
||
|
Auto's |
f430.230,61 |
|
|
Meubelen |
f 80.555.89 |
|
|
Elektrische apparaten |
f 15.220,01 |
|
|
Vakanties |
f 53.109,00 |
|
|
Kosten m.b.t. panden |
f 8.271,74 |
|
|
Telefoonkosten |
f 18.107,69 |
|
|
Verzekeringen |
f 45.917,22 |
|
|
Sieraden |
f236.320,00 |
|
|
Luxemburg |
f560.000,00 |
|
|
Overig |
f 47.319,53 |
|
|
Totaal |
f 1.658.021,78 |
”
5. Het middel klaagt terecht dat het totaal van de onder het kopje “Andere uitgaven” genoemde bedragen niet f 1.658.021,78 bedraagt, maar f 1.495.051,69. De Hoge Raad kan zelf het bedrag waarop het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat en de betalingsverplichting verminderen met het verschil tussen beide bedragen, te weten een bedrag van € 73.952,60 (f 162.970,09 : 2,20371). Dat betekent dat het bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel dient te worden vastgesteld op € 828.042,69 en de betalingsverplichting op € 828.042,69 - € 15.000 = € 813.000 (afgerond).
6. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel en van de opgelegde betalingsverplichting, en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG