Strafrecht overig
Beklag. Beslag ex art. 94a Sv i.h.k.v. een rechtshulpverzoek tot tul van een Duitse ontnemingsuitspraak…
Parket bij de Hoge Raad, 23 juni 2015
ECLI:NL:PHR:2015:1608 · Parket bij de Hoge Raad · 23 juni 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2015-1608
Zaakgegevens
Op 23 juni 2015 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 juni 2015
- Datum publicatie
- 24 augustus 2015
- Zaaknummer
- 14/01139
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2015:1608
Samenvatting
Beklag. Beslag ex art. 94a Sv i.h.k.v. een rechtshulpverzoek tot tul van een Duitse ontnemingsuitspraak gewezen tegen klaagsters echtgenoot. Nu de beslissing van de Rb waarbij de tul toelaatbaar is verklaard onherroepelijk is geworden, is de Duitse uitspraak onherroepelijk geworden en kon worden aangevangen met de tul. Het verhaal op de inbeslaggenomen voorwerpen vindt dan o.g.v. art. 574.1 Sv plaats op de wijze voorzien in het Rv. Voorts bepaalt art. 574.3 Sv dat t.a.v. derden die geheel of gedeeltelijk recht menen te hebben op de inbeslaggenomen voorwerpen eveneens de bepalingen van het Rv van toepassing zijn. Klaagster zal zich o.g.v. art. 574.3 Sv moeten wenden tot de burgerlijke rechter en heeft geen belang meer bij het beroep tegen de beschikking van de Rb waarin haar beklag ongegrond is verklaard. De HR verklaart klaagster n-o in het beroep.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 juni 2015deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2015:1608
Hoge Raad · 10 november 2015
ECLI:NL:HR:2015:3260Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 14/01139 B Zitting: 23 juni 2015 |
Mr. Knigge Conclusie inzake: [klaagster] |
1. De Rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, heeft bij beschikking van 22 januari 2014 het door klaagster ex art. 552a Sv ingediende klaagschrift ongegrond verklaard.
2. Tegen deze uitspraak is namens klaagster cassatieberoep ingesteld.
3. Namens klaagster heeft mr. V.P.J. Tuma, advocaat te Amersfoort, een middel van cassatie voorgesteld. Aan een bespreking van dit middel kom ik niet toe gelet op het volgende.
4. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep
4.1. Het cassatieberoep is gericht tegen een beschikking waarbij een klaagschrift van klaagster strekkende tot teruggave aan haar van een aantal - in het kader van een rechtshulpverzoek van de Bondsrepubliek Duitsland - conservatoir inbeslaggenomen goederen ongegrond is verklaard.
4.2. Het betreft hier goederen waarop naar aanleiding van een rechtshulpverzoek van de Duitse autoriteiten door het Openbaar Ministerie conservatoir beslag is gelegd. De Duitse autoriteiten hebben een rechtshulpverzoek gedaan ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een in Duitsland gewezen rechterlijke beslissing waarbij de voormalig echtgenoot van klaagster, [betrokkene], is veroordeeld tot onder meer betaling van een geldbedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Bij de stukken van het geding bevindt zich een uitspraak van 15 januari 2014 van de Rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, waarin de tenuitvoerlegging van deze Duitse rechterlijke beslissing toelaatbaar is verklaard voor een bedrag van € 4.559. Blijkens de uitspraak van de Rechtbank is dit bedrag gerelateerd aan de (geschatte) waarde van de onder klaagster in beslag genomen sieraden en auto.
4.3. Navraag bij de Rechtbank leerde dat geen rechtsmiddel is ingesteld tegen de uitspraak in de zaak [betrokkene]. Dit betekent dat de beslissing tot tenuitvoerlegging van de Duitse uitspraak betreffende de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel onherroepelijk is en dat reeds in februari 2014 kon worden aangevangen met de tenuitvoerlegging van de Duitse ontnemingsvordering tot het hiervoor genoemde bedrag.
4.4. Het verhaal van de in het beklag bedoelde voorwerpen vindt op grond van art. 574 lid 1 Sv plaats op de wijze voorzien in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het derde lid van dit wetsartikel houdt in dat ten aanzien van derden die geheel of gedeeltelijk recht menen te hebben op de inbeslaggenomen voorwerpen eveneens de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing zijn. Dit betekent dat klaagster geen belang meer heeft bij het beroep tegen de beschikking van de Rechtbank waarin haar beklag ex art. 552a Sv ongegrond is verklaard. Klaagster zal zich op grond van art. 574 lid 3 Sv ten aanzien van de in het klaagschrift bedoelde goederen moeten wenden tot de burgerlijke rechter.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van klaagster in het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG