Strafrecht overig
Profijtontneming. Betrokkene n-o in cassatieberoep, nu niet tijdig door een raadsman een schriftuur houdende…
Parket bij de Hoge Raad, 1 september 2015
ECLI:NL:PHR:2015:1885 · Parket bij de Hoge Raad · 1 september 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2015-1885
Zaakgegevens
Op 1 september 2015 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 1 september 2015
- Datum publicatie
- 17 september 2015
- Zaaknummer
- 13/01879
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2015:1885
Samenvatting
Profijtontneming. Betrokkene n-o in cassatieberoep, nu niet tijdig door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 1 september 2015deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2015:1885
Hoge Raad · 27 oktober 2015
ECLI:NL:HR:2015:3164Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 13/01879P Zitting: 1 september 2015 |
Mr. Bleichrodt Conclusie inzake: [betrokkene] |
1. Het Gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft bij arrest van 5 april 2013 betrokkene ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van EUR 23.150,-.
2. Tegen deze uitspraak is namens verdachte cassatieberoep ingesteld. Deze zaak hangt samen met de strafzaak tegen de verdachte (zaaknummer 13/01878) en de zaak tegen de medeverdachte [medeverdachte] (zaaknummer 13/01923), waarin ik vandaag eveneens concludeer.
3. Op 11 maart 2014 is aan verdachte de aanzegging van art. 435 Sv betekend. De door het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 12 mei 2014. Een schriftuur houdende middelen van cassatie is niet binnengekomen.
4. Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan zij ingevolge art. 437 lid 2 Sv niet in haar cassatieberoep worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG