Strafrecht overig
Antilliaanse zaak. Ve n-o, geen middelen ingediend.
ECLI:NL:PHR:2015:2112 · Parket bij de Hoge Raad · 8 september 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2015-2112
Zaakgegevens
Op 8 september 2015 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 september 2015
- Datum publicatie
- 15 oktober 2015
- Zaaknummer
- 14/04769
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2015:2112
Samenvatting
Antilliaanse zaak. Ve n-o, geen middelen ingediend.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 september 2015deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2015:2112
Hoge Raad · 3 november 2015
ECLI:NL:HR:2015:3210Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 14/04769 Zitting: 8 september 2015 |
Mr. T.N.B.M. Spronken Conclusie inzake: [verdachte] |
-
Verdachte is bij arrest van 27 maart 2014 door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf maanden met een proeftijd van drie jaren en tot een werkstraf van zestig uren, subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis.
-
Er bestaat samenhang met de zaken 14/02040, 14/04768 en 14/04772. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
-
Tegen deze uitspraak is namens verdachte beroep in cassatie ingesteld.
-
De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 17 oktober 2014 in persoon aan verdachte betekend. De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 16 december 2014. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
-
Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
-
Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG