Strafrecht overig
Antilliaanse zaak. Ve n-o, geen middelen ingediend.
ECLI:NL:PHR:2015:2113 · Parket bij de Hoge Raad · 8 september 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2015-2113
Zaakgegevens
Op 8 september 2015 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 september 2015
- Datum publicatie
- 15 oktober 2015
- Zaaknummer
- 14/04772
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2015:2113
Samenvatting
Antilliaanse zaak. Ve n-o, geen middelen ingediend.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 september 2015deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2015:2113
Hoge Raad · 3 november 2015
ECLI:NL:HR:2015:3209Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 14/04772 Zitting: 8 september 2015 |
Mr. T.N.B.M. Spronken Conclusie inzake: [verdachte] |
-
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, heeft bij vonnis van 3 april 2014 het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 21 oktober 2013 bevestigd waarbij de verdachte is veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf.
-
Er bestaat samenhang met de zaken 14/02040, 14/04768 en 14/04769. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
-
Tegen deze uitspraak is namens verdachte beroep in cassatie ingesteld.
-
De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 5 november 2014 betekend. De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 5 januari 2015. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
-
Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
-
Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG