Strafrecht overig
Geen schriftuur ingediend, beroep in cassatie n-o.
Parket bij de Hoge Raad, 10 november 2015
ECLI:NL:PHR:2015:2405 · Parket bij de Hoge Raad · 10 november 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2015-2405
Zaakgegevens
Op 10 november 2015 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 november 2015
- Datum publicatie
- 15 december 2015
- Zaaknummer
- 14/03370
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2015:2405
Samenvatting
Geen schriftuur ingediend, beroep in cassatie n-o.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 november 2015deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2015:2405
Hoge Raad · 15 december 2015
ECLI:NL:HR:2015:3583Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 14/03370 P Zitting: 10 november 2015 |
Mr. Hofstee Conclusie inzake: [betrokkene] |
1. Het Gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 16 juni 2014 het vonnis van de Politierechter in de Rechtbank Den Haag in de ontnemingszaak tegen de betrokkene bevestigd.
2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de zaaknummers 14/03370 P en 14/03371. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.
3. De betrokkene heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Namens hem zijn geen middelen van cassatie voorgesteld.
4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv in verbinding met art. 511h Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient de betrokkene niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard.
5. Deze conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van de betrokkene in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG