Strafrecht overig

Geen schriftuur ingediend, beroep in cassatie n-o.

Zaakgegevens

Op 15 december 2015 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
15 december 2015
Datum publicatie
23 februari 2016
Zaaknummer
14/05808
ECLI
ECLI:NL:PHR:2015:2696
E-mail

Samenvatting

Geen schriftuur ingediend, beroep in cassatie n-o.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2014

    ECLI:NL:GHAMS:2014:4655
  2. Conclusie A-G · 15 december 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2015:2696

  3. Hoge Raad · 23 februari 2016

    ECLI:NL:HR:2016:305

    Conclusie gevolgd · Niet ontvankelijk

Conclusie

Nr. 14/05808

Zitting: 15 december 2015

Mr. Bleichrodt

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Na terugwijzing door de Hoge Raad heeft het Gerechtshof Amsterdam bij arrest van 6 november 2014 de verdachte wegens “diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met de bijzondere voorwaarden zoals in het arrest omschreven en met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr. Voorts heeft het hof de vorderingen van twee benadeelde partijen toegewezen en aan de verdachte schadevergoedingsmaatregelen opgelegd, één en ander zoals in het arrest vermeld.

2. Deze zaak hangt samen met een andere zaak tegen de verdachte (nr. 14/05809), waarin ik vandaag eveneens concludeer.

3. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Er is geen schriftuur ingediend.

4. De aanzegging in cassatie is op 28 april 2015 uitgereikt aan een huisgenoot van de verdachte (zijn moeder) op diens GBA-adres ([a-straat 1] in Amsterdam), waarbij is voldaan aan de GBA-controle. Het in de cassatie-akte vermelde adres van de verdachte komt overeen met diens GBA-adres. Voorts blijkt uit de stukken van het geding dat mr. B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, zich in cassatie als raadsman van de verdachte heeft gesteld. Vervolgens is op 6 mei 2015 mededeling van de betekening gedaan aan de raadsman van de verdachte. Aldus is de aanzegging overeenkomstig art. 588, eerste lid, onder b, sub 1º, Sv, in verbinding met art. 588, derde lid, onder a, Sv, rechtsgeldig betekend.

5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.

6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Zie HR 10 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1357. De Hoge Raad had het arrest van het hof vernietigd, omdat de op de terechtzitting in hoger beroep overgelegde pleitnota ontbrak bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken. Uit de aan de aanzegging gehechte ID-staat SKDB betreffende de verdachte van 6 mei 2015 volgt dat de verdachte op de dag van de uitreiking van de aanzegging op dat adres stond ingeschreven in de GBA. Deze houdt immers in dat de verdachte niet was gedetineerd en dat hij met ingang van 18 november 1991 stond ingeschreven op het adres [a-straat 1] in Amsterdam. Deze stelbrief (origineel exemplaar) is 19 november 2014 bij de Hoge Raad ingekomen.