Strafrecht overig
Geen schriftuur ingediend, beroep in cassatie n-o.
ECLI:NL:PHR:2015:2696 · Parket bij de Hoge Raad · 15 december 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2015-2696
Zaakgegevens
Op 15 december 2015 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 december 2015
- Datum publicatie
- 23 februari 2016
- Zaaknummer
- 14/05808
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2015:2696
Samenvatting
Geen schriftuur ingediend, beroep in cassatie n-o.
Procesgang
Uitspraak · 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:4655Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 15 december 2015deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2015:2696
Hoge Raad · 23 februari 2016
ECLI:NL:HR:2016:305Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 14/05808 Zitting: 15 december 2015 |
Mr. Bleichrodt Conclusie inzake: [verdachte] |
1. Na terugwijzing door de Hoge Raad heeft het Gerechtshof Amsterdam bij arrest van 6 november 2014 de verdachte wegens “diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met de bijzondere voorwaarden zoals in het arrest omschreven en met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr. Voorts heeft het hof de vorderingen van twee benadeelde partijen toegewezen en aan de verdachte schadevergoedingsmaatregelen opgelegd, één en ander zoals in het arrest vermeld.
2. Deze zaak hangt samen met een andere zaak tegen de verdachte (nr. 14/05809), waarin ik vandaag eveneens concludeer.
3. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Er is geen schriftuur ingediend.
4. De aanzegging in cassatie is op 28 april 2015 uitgereikt aan een huisgenoot van de verdachte (zijn moeder) op diens GBA-adres ([a-straat 1] in Amsterdam), waarbij is voldaan aan de GBA-controle. Het in de cassatie-akte vermelde adres van de verdachte komt overeen met diens GBA-adres. Voorts blijkt uit de stukken van het geding dat mr. B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, zich in cassatie als raadsman van de verdachte heeft gesteld. Vervolgens is op 6 mei 2015 mededeling van de betekening gedaan aan de raadsman van de verdachte. Aldus is de aanzegging overeenkomstig art. 588, eerste lid, onder b, sub 1º, Sv, in verbinding met art. 588, derde lid, onder a, Sv, rechtsgeldig betekend.
5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.
6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG