Strafrecht overig
Het Hof heeft kennelijk bij vergissing in het dictum m.b.t. de vordering van de b.p. en de…
ECLI:NL:PHR:2015:2704 · Parket bij de Hoge Raad · 22 december 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2015-2704
Zaakgegevens
Op 22 december 2015 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 december 2015
- Datum publicatie
- 8 maart 2016
- Zaaknummer
- 14/04551
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2015:2704
Samenvatting
Het Hof heeft kennelijk bij vergissing in het dictum m.b.t. de vordering van de b.p. en de schadevergoedingsmaatregel een bedrag vermeld dat tien euro hoger is dan door de b.p. is gevorderd. Een kennelijke misslag als de onderhavige leent zich bij uitstek voor herstel door het Hof zelf. Het gaat immers om een onmiddellijk kenbare fout die zich voor eenvoudig herstel leent door de rechter(s) die op de zaak heeft/hebben gezeten overeenkomstig hetgeen de HR heeft beslist in ECLI:NL:HR:2010:BJ7243 en ECLI:NL:HR:2012:BW1478. Deze wijze van herstel verdient de voorkeur, omdat daardoor ondubbelzinnig – en op kortere termijn – duidelijkheid komt te bestaan omtrent de voor tenuitvoerlegging vatbare beslissing. Gelet hierop is de HR in het onderhavige geval van oordeel dat verdachte onvoldoende belang heeft bij zijn cassatieberoep. De HR verklaart het beroep in cassatie o.g.v. art. 80a RO n-o. Conclusie AG: anders.
Procesgang
Uitspraak · 2014
ECLI:NL:GHSHE:2014:6189Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 december 2015deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2015:2704
Hoge Raad · 8 maart 2016
ECLI:NL:HR:2016:251Conclusie contrairGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Conclusie
Nr. 14/04551
Mr. Machielse
Zitting 22 december 2015
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft verdachte op de 6 juni 2014 voor: mishandeling veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken. Voorts heeft het hof de vordering van de benadeelde partij voor een bedrag van € 1637,80 toegewezen en voor dat bedrag een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, welke betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 13 juli 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.
2. Mr. M.H. F. van den Heuvel, advocaat te Helmond, heeft cassatie ingesteld. Mr. Th.J. Kelder heeft een schriftuur ingezonden, houdende twee middelen van cassatie.
3.1. Het eerste middel klaagt dat het hof aan de benadeelde partij een hoger bedrag heeft toegewezen dan door de politierechter was bepaald en dat ook de schadevergoedingsmaatregel ten onrechte op dit hoge bedrag is vastgesteld.
3.2. De politierechter heeft de vordering van de benadeelde partij in haar geheel toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente, tot een bedrag van € 1627,80, dus € 10 minder dan het hof heeft gedaan. Dit verschil is te herleiden tot een verschil in het bedrag dat politierechter respectievelijk hof hebben aangenomen voor materiële schade. Het hof heeft als uitgangspunt € 1262,80 genomen, de rechtbank € 1252,80. Het voegingsformulier dat zich in het dossier bevindt houdt inderdaad in dat de benadeelde partijvordering heeft ingediend van € 1627,80.
Het eerste middel is gegrond.
4.1. Het tweede middel klaagt dat de redelijke termijn in cassatie is overschreden omdat tussen het instellen van het cassatieberoep en de ontvangst van het dossier ter griffie van de Hoge Raad meer dan acht maanden zijn verstreken.
4.2. Het cassatieberoep is ingesteld op 13 juni 2014 en het dossier is eerst ter griffie van de Hoge Raad ontvangen op 10 april 2015. De door de Hoge Raad op acht maanden gestelde inzendtermijn is aldus met bijna twee maanden overschreden. De Hoge Raad doet voorts uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Gelet op de in hoger beroep opgelegde straf en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden zal de Hoge Raad met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden kunnen volstaan.
5. Beide middelen zijn gegrond. De Hoge Raad zal zelf de vergissing van het hof kunnen herstellen en alsnog de vordering van de benadeelde partij kunnen toewijzen tot een bedrag van € 1627,80 en de schadevergoedingsmaatregel op hetzelfde bedrag kunnen bepalen. Het tweede middel zal de Hoge Raad kunnen afdoen door te constateren dat de redelijke termijn is overschreden.
Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging aanleiding behoort te geven.
6. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden