Strafrecht overig

Kwalificatie witwassen, art. 420bis Sr. HR herhaalt recente rechtspraak over de kwalificatie van witwassen…

Zaakgegevens

Op 17 maart 2015 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
17 maart 2015
Datum publicatie
14 april 2015
Zaaknummer
13/01760
ECLI
ECLI:NL:PHR:2015:432
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Kwalificatie witwassen, art. 420bis Sr. HR herhaalt recente rechtspraak over de kwalificatie van witwassen. Uit ’s Hofs overwegingen kan worden afgeleid dat verdachte d.m.v. oplichting en/of valsheid in geschrifte hypothecaire leningen heeft afgesloten waarna zij de uit deze hypothecaire leningen verkregen gelden heeft aangewend voor de aankoop van de in de bewezenverklaring genoemde woningen en/of loodsen. Deze voorwerpen zijn dus anders dan de voor de aankoop gebruikte gelden niet “onmiddellijk” afkomstig van de door verdachte gepleegde oplichting en valsheid in geschrifte. Voorts geldt dat de in de recente rechtspraak ontwikkelde nadere motiveringseis uitsluitend ziet op gevallen waarin slechts het verwerven en/of voorhanden hebben van onmiddellijk door eigen misdrijf verkregen voorwerpen is bewezenverklaard. Zij geldt in beginsel niet in gevallen als het onderhavige waarin eveneens is bewezenverklaard het “gebruik maken” - een en ander in de betekenis die ex art. 420bis.1 sub b, Sr aan dit begrip toekomt - van zulke voorwerpen. Het Hof heeft de gedragingen van verdachte m.b.t. tot de woningen en/of loodsen terecht en zonder nadere motivering gehouden te zijn gekwalificeerd als witwassen.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 19 maart 2013

    ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ4775
  2. Conclusie A-G · 17 maart 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2015:432

  3. Hoge Raad · 14 april 2015

    ECLI:NL:HR:2015:950

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

Conclusie

Nr. 13/01760

Zitting: 17 maart 2015

A.E. Harteveld

Standpunt/conclusie inzake:

[verdachte]

Na bestudering van de zaak ben ik van mening dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG