Strafrecht overig
Herziening i.v.m. persoonsverwisseling. Gegrond.
Parket bij de Hoge Raad, 13 januari 2015
ECLI:NL:PHR:2015:69 · Parket bij de Hoge Raad · 13 januari 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2015-69
Zaakgegevens
Op 13 januari 2015 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 januari 2015
- Datum publicatie
- 17 februari 2015
- Zaaknummer
- 14/04701
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2015:69
Samenvatting
Herziening i.v.m. persoonsverwisseling. Gegrond.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 13 januari 2015deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2015:69
Hoge Raad · 17 februari 2015
ECLI:NL:HR:2015:351Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 14/04701 H Zitting: 13 januari 2015 |
Mr. Vegter Conclusie inzake: [aanvrager] |
1. De aanvrager is onder parketnummer 13-447382-05 bij vonnis van de Politierechter uit de Rechtbank Amsterdam van 17 maart 2006 wegens (feit 2) “Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie III” en “Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie” veroordeeld tot een werkstraf van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis met aftrek overeenkomstig artikel 27 Sr. De bewezenverklaarde pleegdatum en pleegplaats is 4 mei 2005 te Amsterdam. Dit arrest is onherroepelijk geworden.
2. Namens de aanvrager heeft mr. H. Seton, advocaat te Amersfoort, een aanvraag tot herziening van dat arrest ingediend. Ingevolge het eerste lid, aanhef en onder c van art. 457 Sv kan als grondslag voor een herziening dienen een gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat op zichzelf of in verband met de vroeger geleverde bewijzen met de uitspraak niet bestaanbaar schijnt, zodanig dat het ernstige vermoeden ontstaat dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid, hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.
3. Volgens de aanvraag bestaat er een ernstig vermoeden dat indien de rechter bekend zou zijn geweest met het feit dat verzoeker niet de persoon was die de politie destijds als verdachte heeft aangehouden voor de bewezenverklaarde feiten en waartegen het OM vervolging is gestart, dit zou leiden tot vrijspraak.
4. Het vonnis van de Politierechter is bij verstek gewezen. Op 4 februari 2014 heeft aanvrager op het politiebureau te Amersfoort aangifte gedaan van het bij het bevoegde gezag opgeven van een valse naam, voornaam, geboortedatum en geboorteplaats. In verband daarmee is door [verbalisant], brigadier van politie Eenheid Midden-Nederland, een proces-verbaal opgemaakt dat is gesloten op 27 mei 2014. De conclusie van dat proces-verbaal is dat aangever [A] niet de persoon is die zich ten overstaan van de politie in 2005 noemde [aanvrager], geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats], de Franse nationaliteit hebbende, zoals vermeld in het proces-verbaal nr. PL134C Politie Amsterdam Amstelland, District 5, 2005106259 inzake misdrijven als bedoeld in artikel 26 lid 1 van de Wet wapens en munitie, gepleegd op 4 mei 2005. Deze conclusie is kort samengevat gebaseerd op vergelijking van dactysporen, foto’s en een rijbewijs. Het proces-verbaal vermeldt vervolgens de identiteit van de indertijd aangehouden verdachte, niet zijnde de aanvrager.
5. De aanwijzingen voor de persoonsverwisseling zijn overvloedig aanwezig. Dat betekent dat de aanvraag tot herziening gegrond moet worden verklaard.
6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond zal verklaren en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op de voet van art. 472, tweede lid, Sv opnieuw zal worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG