Strafrecht overig

Ontbrekende pleitnota. De ttz. in h.b. overgelegde pleitnota ontbreekt bij de aan de HR toegezonden stukken…

Zaakgegevens

Op 31 maart 2015 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
31 maart 2015
Datum publicatie
2 juni 2015
Zaaknummer
13/04345
ECLI
ECLI:NL:PHR:2015:795
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Ontbrekende pleitnota. De ttz. in h.b. overgelegde pleitnota ontbreekt bij de aan de HR toegezonden stukken. N.a.v. een door de raadsvrouwe ex art. IV.3 Procesreglement van de Strafkamer van de Hoge Raad gedaan verzoek is bij het Hof nadere informatie ingewonnen. Op grond daarvan moet worden aangenomen dat die pleitnota niet meer beschikbaar zal komen. Nu bedoelde pleitnota ontbreekt, valt niet na te gaan of ttz. meer verweren zijn gevoerd dan wel of aldaar uos-en naar voren zijn gebracht dan de in de bestreden uitspraak genoemde. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu het onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2013

    ECLI:NL:GHDHA:2013:1875
  2. Conclusie A-G · 31 maart 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2015:795

  3. Hoge Raad · 2 juni 2015

    ECLI:NL:HR:2015:1448

    Conclusie gevolgd · (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen

Conclusie

Nr. 13/04345

Mr. Machielse

Zitting 31 maart 2015

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Op 14 juni 2013 heeft het Gerechtshof 's-Gravenhage verdachte voor 1 en 2: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd, en 3: poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren.

2. Verdachte heeft cassatie ingesteld en mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, heeft een schriftuur ingezonden houdende een middel van cassatie.

3.1. Het middel klaagt dat een in hoger beroep overgelegde pleitnota in het ongerede is geraakt. Dat leidt tot nietigheid.

3..2. Het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 31 mei 2013 houdt in dat de advocaat van verdachte, mr. G.A. Dorsman uit Rotterdam, het woord ter verdediging heeft gevoerd overeenkomstig zijn overgelegde en in het procesdossier gevoegde pleitnotities. De advocaat van verdachte heeft geconstateerd dat deze pleitnotities zich niet bevinden in het dossier waarover de Hoger Raad beschikt en heeft zich tijdig op de voet van art. IV lid 3 van het Procesreglement Strafkamer Hoge Raad tot de rolraadsheer gewend met het verzoek het dossier te doen aanvullen met deze pleitnotities. De griffier van het gerechtshof heeft naar aanleiding van een verzoek vanwege de Hoge Raad bericht dat de gevraagde pleitaantekeningen in het ongerede zijn geraakt en niet meer kunnen worden aangeleverd. De advocaat van verdachte, mr. J. Kuijper is hiervan op de hoogte gesteld. Nu de pleitaantekeningen ontbreken bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken, kan in cassatie niet worden nagegaan of, en zo ja welke verweren ter terechtzitting in hoger beroep zijn gevoerd. Dit verzuim, dat onherstelbaar is gebleken, strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt.

4. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof 's-Gravenhage teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

HR 28 juni 2011, NJ 2011, 495 m.nt. Borgers. HR 18 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX4707.