Strafrecht overig
N-o verklaring van verdachte in h.b. Grievenformulier. Art. 416.2 Sv. Gelet op de aan de HR toegezonden…
ECLI:NL:PHR:2015:800 · Parket bij de Hoge Raad · 31 maart 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2015-800
Zaakgegevens
Op 31 maart 2015 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 31 maart 2015
- Datum publicatie
- 2 juni 2015
- Zaaknummer
- 14/02571
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2015:800
Samenvatting
N-o verklaring van verdachte in h.b. Grievenformulier. Art. 416.2 Sv. Gelet op de aan de HR toegezonden stukken is ’s Hof oordeel dat verdachte ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in het h.b. niet begrijpelijk.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 31 maart 2015deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2015:800
Hoge Raad · 2 juni 2015
ECLI:NL:HR:2015:1454Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 14/02571 Zitting: 31 maart 2015 |
Mr. T.N.B.M. Spronken Conclusie inzake: [verdachte] |
-
De verdachte is bij arrest van 7 mei 2014 door het Gerechtshof Den Haag niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
-
Mr. C.P. Zwaanswijk, advocaat te ’s-Gravenhage, heeft namens verdachte één middel van cassatie voorgesteld.
-
Het middel klaagt dat dat het hof de verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in het hoger beroep vanwege het niet indienen van een schriftuur houdende grieven als bedoeld in art. 416, tweede lid, Sv, nu op 21 december 2012 wel een grievenformulier is ingediend.
-
De ‘aantekening mondeling arrest’ houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:
“Ontvankelijkheid van het hoger beroep
De verdachte heeft niet een schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend. Evenmin heeft hij ter terechtzitting in hoger beroep mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Het hof ziet ambtshalve geen redenen voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Daarom zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.
Beslissing
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.”
5. Bij de op de voet van art. 434, eerste lid, aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich – gehecht aan de akte instellen hoger beroep – een ‘Grievenformulier Hoger beroep’ van 21 december 2012. Dit formulier houdt – voor zover hier van belang – het volgende in:
“Dit betreft een standaardformulier waarop u grieven tegen het vonnis en/of redenen voor het instellen van hoger beroep kunt weergeven (art. 410 lid 1 en lid 4 Wetboek van Strafvordering).
Naam verdachte [verdachte].
(…)
Parketnummer 09-056693-12
(…)
Om één of meer van de volgende redenen kom ik in hoger beroep
(…)
[x] Ik ben niet bij de zitting aanwezig geweest
(…)
[x] Ik ben onschuldig
(…)”
6. Het oordeel van het hof dat geen schriftuur met grieven tegen het vonnis is ingediend, is dan ook niet begrijpelijk, zodat het middel terecht is voorgesteld.
7. Daarbij ga ik ervan uit, nu het hof daarover met geen woord rept, dat het hof niet heeft geoordeeld dat er geen schriftuur houdende middelen is ingediend, nu deze – gelet op de daarop geplaatste handtekening – kennelijk is ingediend door mr. C.P. Zwaanswijk, zonder dat blijkt dat hij daartoe bepaaldelijk was gevolmachtigd (hetgeen op grond van art. 452, eerste lid, in verbinding met art. 450, eerste lid aanhef en onder a, Sv wel is vereist). Maar ook indien het hof wel van deze redenering is uitgegaan slaagt het middel, nu het formulier wordt gebezigd en ter ondertekening wordt aangeboden door een justitiële autoriteit, zodat de ondertekenaar – ook wanneer deze een advocaat is – erop mag vertrouwen dat het geen later fataal blijkende fouten of leemten bevat en dat door ondertekening en inlevering ook het in art. 410, vierde lid, Sv beoogde doel wordt bereikt.
8. Ook ga ik er vanuit dat het hof niet heeft geoordeeld dat er geen schriftuur houdende grieven is ingediend, omdat er, los van de enkele mededeling dat de reden voor het instellen van het hoger beroep is gelegen in het feit dat de verdachte niet bij de behandeling van zijn zaak aanwezig was en verklaart onschuldig te zijn, dit niet nader is toegelicht. Ook hier geldt weer dat als het hof daar wel van is uitgegaan, het middel nog steeds terecht is voorgesteld, nu aan de formulering van de grieven geen hoge eisen worden gesteld.
9. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
10. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het hof teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG