Strafrecht overig

Herziening. Gegronde persoonsverwisseling.

Zaakgegevens

Op 5 januari 2016 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
5 januari 2016
Datum publicatie
15 maart 2016
Zaaknummer
14/03350
ECLI
ECLI:NL:PHR:2016:100
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Herziening. Gegronde persoonsverwisseling.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 4 november 2014

    ECLI:NL:PHR:2014:2555
  2. Conclusie A-G · 5 januari 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2016:100

  3. Hoge Raad · 15 maart 2016

    ECLI:NL:HR:2016:410

    Conclusie gevolgd

Conclusie

Nr. 14/03350 H

Mr. Aben

Zitting 5 januari 2016

Conclusie inzake:

[aanvrager]

1. In deze zaak heb ik eerder geconcludeerd op 4 november 2014. Voor de processuele gang van zaken verwijs ik naar die conclusie.

2. Ik heb nader onderzoek doen verrichten naar enkele kwesties waartoe het verzoekschrift aanleiding kon geven. De resultaten daarvan heb ik de raadsman, mr. G.G.J. Knoops, op 25 november 2015 (andermaal) elektronisch doen toekomen, alsook schriftelijk.

3. De raadsman heeft mij per mail van 26 november 2015 laten weten geen aanleiding te zien voor een reactie op de inhoud van de hem toegezonden bescheiden.

4. Bijgaand doe ik u allereerst toekomen een drietal processen-verbaal van bij de aanhouding en het verhoor betrokken verbalisanten, te weten (in chronologische volgorde) [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] . De inhoud daarvan spreekt voor zich.

5. In de tweede plaats doe ik u toekomen een proces-verbaal met aanvullende verhoren van [betrokkene 1] , de werkgever van de verzoeker, en van de verzoeker zelf. Een door mij verzocht aanvullend verhoor van [betrokkene 2] heeft uiteindelijk niet plaatsgehad wegens gebrek aan medewerking zijnerzijds.

6. Hoewel de onderzoeksresultaten enige nuanceringen aanbrengen in de stellingen die de verzoeker heeft betrokken, zie ik in een en ander geen goede reden voor een wijziging van mijn bij conclusie van 4 november 2014 ingenomen standpunt.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,

n.d.