Strafrecht overig

Profijtontneming. Cassatieberoep n-o. Art. 437.2 Sv. Het middel behelst een klacht tegen een beslissing in de…

Parket bij de Hoge Raad, 4 oktober 2016

Zaakgegevens

Op 4 oktober 2016 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
4 oktober 2016
Datum publicatie
22 november 2016
Zaaknummer
15/00784
ECLI
ECLI:NL:PHR:2016:1153
E-mail

Samenvatting

Profijtontneming. Cassatieberoep n-o. Art. 437.2 Sv. Het middel behelst een klacht tegen een beslissing in de met deze zaak samenhangende strafzaak (15/00780) en kan daarom niet als wettelijk middel van cassatie in onderhavige zaak worden aangemerkt.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 4 oktober 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2016:1153

  2. Hoge Raad · 22 november 2016

    ECLI:NL:HR:2016:2651

    Conclusie gevolgd

Conclusie

Nr. 15/00784 P

Zitting: 4 oktober 2016

Mr. E.J. Hofstee

Conclusie inzake:

[betrokkene]

  1. Het gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 6 oktober 2014 aan de betrokkene de verplichting opgelegd om een bedrag van € 70.910,66 aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijke verkregen voordeel.

  2. Er bestaat samenhang met de zaken 14/05232 P, 14/05238 en 15/00780. In die zaken zal ik vandaag ook concluderen.

  3. Namens de betrokkene heeft mr. M.T. de Vaal, advocaat te 's-Gravenhage, één middel van cassatie voorgesteld.

  4. Hetgeen in de schriftuur als middel wordt gepresenteerd behelst de klacht dat uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden opgemaakt dat de betrokkene medepleger is geweest van het hem in de strafzaak (de hoofdzaak) tenlastegelegde.

  5. Het middel behelst een klacht die is gericht tegen 's hofs beslissing in de met deze zaak samenhangende strafzaak die bij de Hoge Raad in behandeling is onder nummer 15/00780. Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. Het middel voldoet niet aan dit vereiste, zodat het onbesproken moet blijven.

  6. Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv in verbinding met art. 511h Sv, zodat de betrokkene in het beroep niet kan worden ontvangen.

  7. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

8. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkheid van de betrokkene in zijn beroep in cassatie.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG