Strafrecht overig
Profijtontneming. Met 15/02282 samenhangende peek (betrokkene n-o in cassatieberoep, geen middelen ingediend).
Parket bij de Hoge Raad, 8 november 2016
ECLI:NL:PHR:2016:1289 · Parket bij de Hoge Raad · 8 november 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2016-1289
Zaakgegevens
Op 8 november 2016 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 november 2016
- Datum publicatie
- 20 december 2016
- Zaaknummer
- 15/02283
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2016:1289
Samenvatting
Profijtontneming. Met 15/02282 samenhangende peek (betrokkene n-o in cassatieberoep, geen middelen ingediend).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 november 2016deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2016:1289
Hoge Raad · 20 december 2016
ECLI:NL:HR:2016:2921Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 15/02283 P Zitting: 8 november 2016 (bij vervroeging) |
Mr. E.J. Hofstee Conclusie inzake: [betrokkene] |
-
Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 8 mei 2015 het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 105.638,05 en aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag.
-
Er bestaat samenhang met de zaak met rolnummer 15/02282. Ook in die zaak zal ik vandaag concluderen.
-
Namens de betrokkene heeft de waarnemend griffier bij het gerechtshof Amsterdam op 20 mei 2015 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging ingevolge art. 511h Sv in verbinding met art. 435, eerste lid, Sv is op 2 februari 2016 betekend. Art. 511h Sv in verbinding met art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, tweede lid, Sv is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de betrokkene niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
-
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG