Strafrecht overig
Medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving, art. 282 Sr. Geen schriftuur houdende middelen van cassatie…
ECLI:NL:PHR:2016:1395 · Parket bij de Hoge Raad · 22 november 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2016-1395
Zaakgegevens
Op 22 november 2016 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 november 2016
- Datum publicatie
- 17 januari 2017
- Zaaknummer
- 15/05905
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2016:1395
Samenvatting
Medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving, art. 282 Sr. Geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend. HR verklaart verdachte n-o in zijn cassatieberoep ex art. 437.2 Sv. Samenhang met 15/05480.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 13 november 2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:5011Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 november 2016deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2016:1395
Hoge Raad · 17 januari 2017
ECLI:NL:HR:2017:43Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 15/05905 Zitting: 22 november 2016 |
Mr. T.N.B.M. Spronken Conclusie inzake: [verdachte] |
-
De verdachte is bij arrest van 13 november 2015 door het gerechtshof Amsterdam wegens, onder 1, “verkrachting” en, onder 2, “opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven” en “medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroofd houden” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van veertig maanden. Voorts heeft het hof met betrekking tot de verdachte enige in het arrest nader omschreven bijkomende beslissingen genomen.
-
Deze zaak hangt samen met de zaak van medeverdachte [medeverdachte], die onder nr. 15/05480 bij de Hoge Raad aanhangig is. In de laatstgenoemde zaak zal ik vandaag eveneens concluderen.
-
Namens de verdachte is tegen het arrest van het hof van 13 november 2015 beroep in cassatie ingesteld.
-
De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 9 maart 2016 aan de verdachte betekend. De in art. 437, tweede lid, Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 9 mei 2016. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
-
Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG