Strafrecht overig
Op grond van de inhoud van de brief van het Hof moet worden aangenomen dat is verzuimd een p-v op te maken…
ECLI:NL:PHR:2016:1422 · Parket bij de Hoge Raad · 6 december 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2016-1422
Zaakgegevens
Op 6 december 2016 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 december 2016
- Datum publicatie
- 24 januari 2017
- Zaaknummer
- 10/04367
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2016:1422
Samenvatting
Op grond van de inhoud van de brief van het Hof moet worden aangenomen dat is verzuimd een p-v op te maken van het onderzoek in raadkamer ex art 25.1 Sv. Dit verzuim heeft betrekking op een zo wezenlijke vorm van de raadkamerprocedure dat het nietigheid van het onderzoek en van de naar aanleiding daarvan gegeven beschikking meebrengt.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 december 2016deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2016:1422
Hoge Raad · 24 januari 2017
ECLI:NL:HR:2017:73Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 10/04367 B Zitting: 6 december 2016 |
Mr. W.H. Vellinga Conclusie inzake: [klaagster] |
-
Bij beschikking van 22 september 2010 heeft het Gerechtshof te Amsterdam het klaagschrift strekkende tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan klaagster van het onder [betrokkene] in beslag genomen geldbedrag van € 1.024.500,-. ongegrond verklaard.
-
Namens de klaagster heeft mr. K.K. Hansen Löve, advocaat te Amsterdam, twee middelen van cassatie voorgesteld.
-
Het eerste middel klaagt dat het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer ontbreekt en dat de bestreden beschikking derhalve niet in stand kan blijven.
-
Volgens art. 25, eerste lid, Sv moet van het onderzoek door de raadkamer door de griffier een proces-verbaal worden opgemaakt met daarin de zakelijke inhoud van de afgelegde verklaringen en hetgeen verder bij dat onderzoek is voorgevallen. Deze bepaling bevat tevens voorschriften over de inrichting, vaststelling en ondertekening van dat proces-verbaal en de voeging ervan bij de processtukken.
-
Het in het middel bedoelde proces-verbaal ontbreekt bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken. Naar aanleiding van een door de raadsman op de voet van art. IV lid 3 van het Procesreglement Strafkamer Hoge Raad gedaan verzoek is bij het Hof nadere informatie ingewonnen. Op grond van die informatie moet worden aangenomen dat een proces-verbaal van de behandeling in raadkamer, zo dat al is opgemaakt, in het ongerede is geraakt. Het ontbreken van een dergelijk proces-verbaal heeft betrekking op een zo wezenlijke vorm van de raadkamerprocedure dat het nietigheid van het onderzoek en van de naar aanleiding daarvan gegeven beschikking meebrengt.
6. Het middel slaagt.
7. Het tweede middel kan na het voorgaande buiten bespreking blijven.
8. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar het hof teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG