Strafrecht overig
Beschikking. Verzoekschrift tot aanwijzing van een ander gerecht, art. 510.1 Sv. Tegen…
ECLI:NL:PHR:2016:1513 · Parket bij de Hoge Raad · 22 november 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2016-1513
Zaakgegevens
Op 22 november 2016 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 november 2016
- Datum publicatie
- 22 maart 2017
- Zaaknummer
- 16/05613
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2016:1513
Samenvatting
Beschikking. Verzoekschrift tot aanwijzing van een ander gerecht, art. 510.1 Sv. Tegen rechter-plaatsvervanger in Rb Noord-Nederland is aangifte gedaan t.z.v. mishandeling. Verzoek is vatbaar voor inwilliging, aangezien tegen betrokkene aangifte is gedaan dat deze zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit en betrokkene t.t.v. het in de aangifte bedoelde feit rechterlijk ambtenaar a.b.i. art. 510.1 Sv was. HR wijst Rb Amsterdam aan als gerecht voor hetwelk de (eventuele) vervolging en berechting van de zaak zullen plaatshebben.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 november 2016deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2016:1513
Hoge Raad · 29 november 2016
ECLI:NL:HR:2016:3375
Conclusie
Nr. S 16/05613
Parket, 22 november 2016
Mr. Silvis
Conclusie inzake:
[betrokkene]
1. Bij de Hoge Raad is binnengekomen een verzoekschrift van de Hoofdofficier van Justitie van het Arrondissementsparket Midden-Nederland om op de voet van art. 510 Sv een ander gerecht aan te wijzen voor de vervolging en berechting van [betrokkene], rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Noord-Nederland. Deze rechtbank valt onder hetzelfde ressort als de Rechtbank Midden-Nederland.
2. Tegen betrokkene is aangifte gedaan ter zake van eenvoudige mishandeling gepleegd in april 2016 te Maarssen. Uit het proces-verbaal dat zich bij de door het Arrondissementsparket Midden-Nederland toegezonden stukken bevindt blijkt dat dat parket van oordeel is dat tot dagvaarding van [betrokkene] over kan worden gegaan.
3. In het register nevenfuncties wordt vermeld dat [betrokkene] rechter- plaatsvervanger is in de Rechtbank Noord-Nederland sinds 1 januari 2013 en dat hij in deze functie niet wordt ingezet. Dit doet niet af aan de toewijsbaarheid van het verzoek.
4. Uit het voorgaande volgt dat het verzoek ten aanzien van betrokkene vatbaar is voor toewijzing.
5. Ik concludeer dat de Hoge Raad een andere rechtbank - waarbij ik de Rechtbank Amsterdam in overweging geef - zal aanwijzen als het gerecht voor hetwelk, zo het Openbaar Ministerie bij de aangewezen rechtbank zulks nodig oordeelt, de vervolging en berechting van de zaak zullen plaats hebben.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden