Strafrecht overig
Beklag, beslag. Art. 552a Sv. HR: geen middelen ingediend. Klager is o.g.v. art. 447.5 Sv n-o in het beroep.
ECLI:NL:PHR:2016:159 · Parket bij de Hoge Raad · 26 januari 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2016-159
Zaakgegevens
Op 26 januari 2016 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 januari 2016
- Datum publicatie
- 30 maart 2016
- Zaaknummer
- 15/00982
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2016:159
Samenvatting
Beklag, beslag. Art. 552a Sv. HR: geen middelen ingediend. Klager is o.g.v. art. 447.5 Sv n-o in het beroep.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 26 januari 2016deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2016:159
Hoge Raad · 29 maart 2016
ECLI:NL:HR:2016:530Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 15/00982 B Zitting: 26 januari 2016 |
Mr. Knigge Conclusie inzake: [klager] |
1. De Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, heeft bij beschikking van 25 februari 2015 klager niet-ontvankelijk verklaard in een op de voet van art. 552a Sv ingediend klaagschrift.
2. Tegen deze uitspraak is namens klager cassatieberoep ingesteld.
3. De aanzegging in cassatie is op 20 mei 2015 op het GBA-adres van klager betekend aan een persoon genaamd [betrokkene], die zich bereid verklaarde de brief in ontvangst te nemen en onverwijld aan klager te doen toekomen. Er is geen cassatieschriftuur ter administratie van de Hoge Raad ontvangen. Nu klager niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 447 lid 5 Sv niet in acht genomen, zodat klager reeds hierom niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van klager in het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG