Strafrecht overig
Geen middelen ingediend, verdachte n-o.
ECLI:NL:PHR:2016:183 · Parket bij de Hoge Raad · 16 februari 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2016-183
Zaakgegevens
Op 16 februari 2016 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 februari 2016
- Datum publicatie
- 5 april 2016
- Zaaknummer
- 15/02865
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2016:183
Samenvatting
Geen middelen ingediend, verdachte n-o.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 februari 2016deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2016:183
Hoge Raad · 5 april 2016
ECLI:NL:HR:2016:567Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 15/02865 Zitting: 16 februari 2016 |
Mr. F.W. Bleichrodt Conclusie inzake: [verdachte] |
-
Verdachte is bij arrest van 25 juni 2014 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens 1. “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd” en 2. “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod”, veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en tot een taakstraf van tachtig uren, subsidiair veertig dagen hechtenis.
-
Er bestaat samenhang tussen de zaken 15/02866 P en 15/02865. In deze zaken zal ik vandaag concluderen.
-
De aanzegging in cassatie is op 13 juli 2015 uitgereikt aan de griffier van de Rechtbank ’s-Gravenhage, omdat van de verdachte geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is. Daarbij is voldaan aan de zogenaamde VIP-controle. De ID-staat SKDB betreffende de verdachte van 13 juli 2015 houdt in dat de verdachte niet was gedetineerd en dat hij niet stond ingeschreven in de GBA (met ingang van 15 januari 2015 vertrokken onbekend waarheen), terwijl uit de stukken van het geding niet blijkt dat van hem een feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland dan wel een adres in het buitenland bekend was. De cassatie-akte vermeldt als adres [adres]. Dat adres kan inmiddels als vervallen worden beschouwd, nu het hier gaat om het adres waarop verdachte tot 15 januari 2015 in de GBA stond ingeschreven. Bovendien is op 13 juli 2015 mededeling van de betekening van de aanzegging gedaan aan de raadsman van de verdachte (mr. J.L.J. Leijendekker, advocaat te Wijk bij Duurstede). Aldus is de aanzegging overeenkomstig art. art. 588, eerste lid, onder b, sub 3º, Sv rechtsgeldig betekend.
-
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.
-
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG