Strafrecht overig
Plukze zaak. Geen middelen ingediend. Verdachte n.-o. ex art. 437 lid 2 Sv. Samenhang met 15/01050.
Parket bij de Hoge Raad, 23 februari 2016
ECLI:NL:PHR:2016:269 · Parket bij de Hoge Raad · 23 februari 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2016-269
Zaakgegevens
Op 23 februari 2016 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 februari 2016
- Datum publicatie
- 19 april 2016
- Zaaknummer
- 15/01054
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2016:269
Samenvatting
Plukze zaak. Geen middelen ingediend. Verdachte n.-o. ex art. 437 lid 2 Sv. Samenhang met 15/01050.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 februari 2016deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2016:269
Hoge Raad · 19 april 2016
ECLI:NL:HR:2016:682Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 15/01054 Zitting: 23 februari 2016 |
Mr. T.N.B.M. Spronken Conclusie inzake: [betrokkene] |
-
Bij arrest van 30 januari 2015 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, aan betrokkene de verplichting opgelegd om een bedrag € 3.500,00 aan de staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
-
Deze zaak hangt samen met de onder nr. 15/01050 bij de Hoge Raad aanhangige zaak, waarin ik vandaag eveneens zal concluderen.
-
Namens de betrokkene is op 10 februari 2015 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv is op 13 mei 2015 betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, tweede lid, Sv is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de betrokkene niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
-
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG