Strafrecht overig
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met nr. 15/00779 P en nr. 15/00785.
Parket bij de Hoge Raad, 8 maart 2016
ECLI:NL:PHR:2016:356 · Parket bij de Hoge Raad · 8 maart 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2016-356
Zaakgegevens
Op 8 maart 2016 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 maart 2016
- Datum publicatie
- 17 mei 2016
- Zaaknummer
- 15/00782
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2016:356
Samenvatting
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met nr. 15/00779 P en nr. 15/00785.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 maart 2016deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2016:356
Hoge Raad · 17 mei 2016
ECLI:NL:HR:2016:861Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 15/00782 Zitting: 8 maart 2016 |
Mr. Hofstee Conclusie inzake: [verzoeker = verdachte] |
1. Het gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 4 februari 2015 verzoeker ter zake van “valsheid in geschrift, meermalen gepleegd” en “de voortgezette handeling van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd en opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, onjuist doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negentig dagen.
2. Namens verzoeker is beroep in cassatie ingesteld. Namens verzoeker is geen schriftuur houdende middelen van cassatie voorgesteld.
3. Nu verzoeker niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat verzoeker in het beroep niet kan worden ontvangen.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van verzoeker in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG