Strafrecht overig
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 14/06092.
ECLI:NL:PHR:2016:385 · Parket bij de Hoge Raad · 12 april 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2016-385
Zaakgegevens
Op 12 april 2016 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 april 2016
- Datum publicatie
- 24 mei 2016
- Zaaknummer
- 14/06174
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2016:385
Samenvatting
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 14/06092.
Procesgang
Uitspraak · 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:4830Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 april 2016deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2016:385
Hoge Raad · 24 mei 2016
ECLI:NL:HR:2016:952Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 14/06174 Zitting: 12 april 2016 |
Mr. F.W. Bleichrodt Conclusie inzake: [verdachte] |
-
Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 14 november 2014 de verdachte wegens subsidiair “medeplegen van doodslag, gevolgd en/of voorafgegaan van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid te verzekeren, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeventien jaren, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr. Voorts heeft het hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, één en ander zoals in het arrest vermeld.
-
Deze zaak hangt samen met de zaak tegen de medeverdachte [medeverdachte] (nr. 14/06092), waarin ik vandaag eveneens concludeer.
-
Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Er is geen schriftuur ingediend.
-
De aanzegging in cassatie is op 18 augustus 2015 in persoon uitgereikt aan de verdachte op zijn detentie-adres. Bovendien is op 14 september 2015 mededeling van de betekening van de aanzegging gedaan aan de raadsvrouwe van de verdachte (mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam). Aldus is de aanzegging overeenkomstig art. 588, eerste lid, onder a, sub 1°, Sv rechtsgeldig betekend.
-
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.
-
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG