Strafrecht overig

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 15/01083.

Parket bij de Hoge Raad, 19 april 2016

Zaakgegevens

Op 19 april 2016 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
19 april 2016
Datum publicatie
14 juni 2016
Zaaknummer
15/01205
ECLI
ECLI:NL:PHR:2016:481
E-mail

Samenvatting

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 15/01083.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 19 april 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2016:481

  2. Hoge Raad · 14 juni 2016

    ECLI:NL:HR:2016:1179

    Conclusie gevolgd

Conclusie

Nr. 15/01205

Zitting: 19 april 2016

Mr. T.N.B.M. Spronken

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. De verdachte is bij arrest van 2 maart 2015 door het gerechtshof Den Haag wegens “Medeplegen van diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, met aftrek van voorarrest. Verder heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van het in beslag genomen geld.

2. Er bestaat samenhang met de zaak met nummer 15/01083. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.

3. Tegen genoemde uitspraak is namens de verdachte beroep in cassatie ingesteld.

4. De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 7 september 2015 op rechtsgeldige wijze doch niet in persoon aan de verdachte betekend. Mr. S.B.J. Hiemstra, advocaat te Haarlem, heeft zich in cassatie als raadsman van de verdachte gesteld en is tijdig, bij brief van 7 september 2015, van de aanzegging aan zijn cliënt in kennis gesteld. De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 6 november 2015. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.

5. Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.

6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Bedoeld zal zijn: Diefstal, begaan door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.