Strafrecht overig

Onttrekking aan het verkeer. Art. 36d Sr. Onder soortgelijke feiten i.d.z.v. art. 36d Sr dienen te worden…

Zaakgegevens

Op 31 mei 2016 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
31 mei 2016
Datum publicatie
6 juli 2016
Zaaknummer
15/00843
ECLI
ECLI:NL:PHR:2016:600
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Onttrekking aan het verkeer. Art. 36d Sr. Onder soortgelijke feiten i.d.z.v. art. 36d Sr dienen te worden verstaan feiten die tot dezelfde categorie behoren als de door verdachte begane feiten dan wel de feiten waarvan hij wordt verdacht (vgl. ECLI:NL:HR:1997:ZC9322). Zonder nadere motivering die ontbreekt valt niet in te zien hoe het onder verdachte inbeslaggenomen mes kan dienen om een vergelijkbaar vermogensdelict te begaan of voor te bereiden als de bewezenverklaarde (winkel)diefstal.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 31 mei 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2016:600

  2. Hoge Raad · 5 juli 2016

    ECLI:NL:HR:2016:1410

    Conclusie gevolgd

Conclusie

Nr. 15/00843

Zitting: 31 mei 2016

Mr. A.E. Harteveld

Conclusie inzake:

[verdachte]

  1. Het gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 23 januari 2015 de verdachte ter zake van "diefstal" veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 weken. Voorts heeft het hof beslist op de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, een en ander als in het arrest vermeld.

  2. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Namens de verdachte heeft
    mr. L.E.G. van der Hut, advocaat te Den Haag, een middel van cassatie voorgesteld.

  3. Het middel klaagt dat het hof ten onrechte dan wel onvoldoende gemotiveerd een mes van de verdachte aan het verkeer onttrokken heeft verklaard.

  4. De bestreden uitspraak houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:

"Het in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, zoals dit is vermeld onder 1 op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (mes aangetroffen in dashboardkastje van auto), is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, nu dit bij gelegenheid van het onderzoek naar het door de verdachte onder 1 begane misdrijf werd aangetroffen en dit aan de verdachte toebehorende voorwerp kan dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke misdrijven, terwijl dit van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang."

5. Redelijke uitleg van de in art. 36d Sr gebezigde woorden 'soortgelijke feiten' brengt mee dat daaronder dienen te worden verstaan feiten, die, gelet op het belang dat de wetgever door de strafbaarstelling ervan heeft willen beschermen, tot dezelfde categorie behoren als de door de verdachte begane feiten dan wel de feiten waarvan hij wordt verdacht.

6. In aanmerking genomen dat onder 1 is bewezenverklaard dat de verdachte met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee kledingstukken en dat de bewezenverklaring geen melding maakt van enige vorm van gewelddadigheid, valt zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet in te zien hoe het bij de verdachte inbeslaggenomen mes kan dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke misdrijven. Het middel klaagt daarover terecht.

7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend wat betreft de beslissing tot onttrekking aan het verkeer van het mes, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vgl. HR 6 mei 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC9322, NJ 1997/655. Vgl. HR 2 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5268 en HR 7 september 2010, ECLI:NL:HR:BM9859.