Strafrecht overig
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 15/01621.
ECLI:NL:PHR:2016:772 · Parket bij de Hoge Raad · 21 juni 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2016-772
Zaakgegevens
Op 21 juni 2016 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 juni 2016
- Datum publicatie
- 29 juli 2016
- Zaaknummer
- 15/01782
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2016:772
Samenvatting
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 15/01621.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 25 maart 2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:1247Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 juni 2016deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2016:772
Hoge Raad · 20 september 2016
ECLI:NL:HR:2016:2130Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 15/01782 Zitting: 21 juni 2016 |
Mr. F.W. Bleichrodt Conclusie inzake: [verdachte] |
-
Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 25 maart 2015 de verdachte wegens “poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen, waarvan 93 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr.
-
Deze zaak hangt samen met de zaak tegen de medeverdachte [medeverdachte] (nr. 15/01621), waarin ik vandaag eveneens concludeer.
-
Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Er is geen schriftuur ingediend.
-
De aanzegging in cassatie is op 13 augustus 2015 tevergeefs aangeboden op het GBA-adres van de verdachte en vervolgens op diezelfde datum uitgereikt aan een mondeling gemachtigde van de verdachte ([...]) op een “postkantoor” (Primera [...]) in de woonplaats van de verdachte. Het in de cassatie-akte vermelde adres van de verdachte komt overeen met diens GBA-adres. Bovendien is op 19 augustus 2015 mededeling van de betekening van de aanzegging gedaan aan de raadsman van de verdachte (mr. M. Bijleveld, advocaat te Haarlem). Aldus is de aanzegging overeenkomstig art. 588, eerste lid, onder b, sub 1°, Sv, in verbinding met art. 588, derde lid, onder b, Sv, rechtsgeldig betekend.
5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.
6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG