Strafrecht overig

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met nr. 14/05086 P.

Parket bij de Hoge Raad, 28 juni 2016

Zaakgegevens

Op 28 juni 2016 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
28 juni 2016
Datum publicatie
16 augustus 2016
Zaaknummer
15/04525
ECLI
ECLI:NL:PHR:2016:809
E-mail

Samenvatting

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met nr. 14/05086 P.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 28 juni 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2016:809

  2. Hoge Raad · 27 september 2016

    ECLI:NL:HR:2016:2205

    Conclusie gevolgd

Conclusie

Nr. 15/04525 P

Zitting: 28 juni (bij vervroeging)

Mr. E.J. Hofstee

Conclusie inzake:

[betrokkene]

  1. Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 29 september 2014 aan de betrokkene de verplichting opgelegd om een bedrag van € 153.000,- aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

  2. Er bestaat samenhang met de zaak 14/05086P. Ook in die zaak zal ik vandaag concluderen.

  3. De betrokkene heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens hem geen middelen van cassatie voorgesteld.

  4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient de betrokkene niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard.

  5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in zijn cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG