Strafrecht overig
Profijtontneming. Geen middelen ingediend, betrokkene n-o. Samenhang met 15/05959, 16/03832 en 16/03833.
ECLI:NL:PHR:2017:1034 · Parket bij de Hoge Raad · 29 augustus 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2017-1034
Zaakgegevens
Op 29 augustus 2017 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 augustus 2017
- Datum publicatie
- 10 oktober 2017
- Zaaknummer
- 16/03180
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2017:1034
Samenvatting
Profijtontneming. Geen middelen ingediend, betrokkene n-o. Samenhang met 15/05959, 16/03832 en 16/03833.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 augustus 2017deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2017:1034
Hoge Raad · 10 oktober 2017
ECLI:NL:HR:2017:2584Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 16/03180 P Zitting: 29 augustus 2017 |
Mr. E.J. Hofstee Conclusie inzake: [betrokkene] |
-
Het cassatieberoep richt zich tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 13 juni 2016 waarbij het wederrechtelijk verkregen voordeel is vastgesteld op € 90.172,00 en aan de betrokkene de verplichting is opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van het wederrechtelijk voordeel.
-
Er bestaat samenhang met de zaken 15/05959, 16/03832 P en 16/03833 P. Ook in die zaken zal ik vandaag concluderen.
-
De betrokkene heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens hem geen middelen van cassatie voorgesteld.
-
Art. 511h Sv schrijft in verbinding met art. 437, tweede lid, Sv, voor dat op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie moet zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient de betrokkene in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
-
De conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van de betrokkene in het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG