Strafrecht overig
Profijtontneming. Geen middelen ingediend, betrokkene n-o. Samenhang met 15/05206.
Parket bij de Hoge Raad, 3 oktober 2017
ECLI:NL:PHR:2017:1278 · Parket bij de Hoge Raad · 3 oktober 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2017-1278
Zaakgegevens
Op 3 oktober 2017 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 oktober 2017
- Datum publicatie
- 21 november 2017
- Zaaknummer
- 15/05204
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2017:1278
Samenvatting
Profijtontneming. Geen middelen ingediend, betrokkene n-o. Samenhang met 15/05206.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 3 oktober 2017deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2017:1278
Hoge Raad · 21 november 2017
ECLI:NL:HR:2017:2972Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 15/05204 P Zitting: 3 oktober 2017 |
Mr. F.W. Bleichrodt Conclusie inzake: [betrokkene] |
-
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft bij uitspraak van 14 oktober 2015 de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van een bedrag van € 17.000,- aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
-
Deze ontnemingszaak hangt samen met de strafzaak tegen de betrokkene (nr. 15/05206), waarin ik vandaag eveneens concludeer.
-
Namens de betrokkene is beroep in cassatie ingesteld. Er is geen schriftuur ingediend.
-
De aanzegging in cassatie is op 17 juni 2016 in persoon uitgereikt aan de betrokkene op zijn BRP-adres. Bovendien is op 23 juni 2016 mededeling van de betekening van de aanzegging gedaan aan de raadsman van de betrokkene (mr. B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam). Aldus is de aanzegging overeenkomstig art. 588, eerste lid, onder b, sub 1°, Sv rechtsgeldig betekend.
-
Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, in verbinding met art. 511h Sv, niet in acht genomen, zodat de betrokkene niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.
-
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG