Strafrecht overig
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 15/02894, 15/02971, 15/03319 en 15/03321.
ECLI:NL:PHR:2017:129 · Parket bij de Hoge Raad · 17 januari 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2017-129
Zaakgegevens
Op 17 januari 2017 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 januari 2017
- Datum publicatie
- 7 maart 2017
- Zaaknummer
- 15/03322
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2017:129
Samenvatting
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 15/02894, 15/02971, 15/03319 en 15/03321.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 januari 2017deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2017:129
Hoge Raad · 7 maart 2017
ECLI:NL:HR:2017:383Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 15/03322 Zitting: 17 januari 2017 (bij vervroeging) |
Mr. P.C. Vegter Conclusie inzake: [verdachte] |
-
De verdachte is bij arrest van 17 juni 2015 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens “verduistering, meermalen gepleegd”, veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 160 (honderdzestig) uren, subsidiair 80 (tachtig) dagen hechtenis, met aftrek als bedoeld in art. 27(a) Sr. Voorts heeft het hof de vorderingen van twee benadeelde partijen toegewezen en aan de verdachte betalingsverplichtingen opgelegd, een en ander zoals in het arrest vermeld.
-
Er bestaat samenhang met de zaken 15/02894, 15/02971, 15/03319 en 15/03321. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
-
Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
-
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in het beroep kan worden ontvangen.
-
Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG