Strafrecht overig
Profijtontneming. Geen middelen ingediend, betrokkene n-o. Samenhang met 16/02126.
ECLI:NL:PHR:2017:1290 · Parket bij de Hoge Raad · 10 oktober 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2017-1290
Zaakgegevens
Op 10 oktober 2017 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 oktober 2017
- Datum publicatie
- 28 november 2017
- Zaaknummer
- 16/02127
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2017:1290
Samenvatting
Profijtontneming. Geen middelen ingediend, betrokkene n-o. Samenhang met 16/02126.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 oktober 2017deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2017:1290
Hoge Raad · 28 november 2017
ECLI:NL:HR:2017:3025Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 16/02127 P Zitting: 10 oktober 2017 |
Mr. T.N.B.M. Spronken Conclusie inzake: [betrokkene] |
-
In deze ontnemingszaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, bij arrest van 12 februari 2016 het bedrag van het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op € 11.404,31 en aan de betrokkene voor datzelfde bedrag een betalingsverplichting aan de Staat opgelegd.
-
Deze zaak hangt samen met de zaken tegen de verdachte die onder nr. 16/02125 en 16/02126 bij de Hoge Raad aanhangig zijn. In de samenhangende zaak met nr. 16/02126 zal ik vandaag eveneens concluderen.
-
Namens de betrokkene is in casu op 24 februari 2016 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv is op 14 oktober 2016 in persoon aan de betrokkene betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, tweede lid, Sv is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de betrokkene niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
-
Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG