Strafrecht overig

Hennepkwekerij in woning. Levert verzoek om clementie een uos op? HR: art. 80a RO. Samenhang met 16/00287.

Zaakgegevens

Op 21 januari 2017 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
21 januari 2017
Datum publicatie
18 december 2017
Zaaknummer
16/00205
ECLI
ECLI:NL:PHR:2017:1363
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Hennepkwekerij in woning. Levert verzoek om clementie een uos op? HR: art. 80a RO. Samenhang met 16/00287.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 21 januari 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2017:1363

  2. Hoge Raad · 19 december 2017

    ECLI:NL:HR:2017:3187

    Conclusie gevolgd

Conclusie

Nr. 16/00205

Zitting: 21 november 2017 (bij vervroeging)

Mr. W.H. Vellinga

Conclusie inzake:

[verdachte]

  1. De verdachte is bij arrest van 5 januari 2016 door het Gerechtshof Den Haag wegens 1. “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod”, 2. “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod” en 3. “diefstal” veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis.

  2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 16/00205 en 16/00287. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.

  3. Namens de verdachte heeft mr. N. Roos, advocaat te Rotterdam, één middel van cassatie voorgesteld.

  4. Het middel berust op de onjuiste opvatting dat een gemotiveerd verzoek om clementie een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt in de zin van art. 359 lid 2 Sv oplevert. Het vormt immers niet een standpunt, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie.

5. De aangevoerde klacht kan derhalve klaarblijkelijk niet tot cassatie leiden. Dit betekent dat het middel geen behandeling in cassatie rechtvaardigt. Het cassatieberoep dient daarom op de voet van art. 80a RO niet-ontvankelijk te worden verklaard.

6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vgl. HR 11 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU9130, NJ 2006, 393 m.nt. Y. Buruma, rov. 3.7.1.